Tamara

schrijft

Maand: december 2016

Kerstgemis

Nee, ik mis mijn broer niet meer dan anders tijdens kerst. Het gemis is altijd groot namelijk, kerst of niet. Juist tijdens de alledaagse dingen van het leven is de leegte voelbaar. Nooit meer bellen of een bakje koffie doen. Geen biertje meer pakken samen, nooit meer zijn aardige gezicht zien oplichten als ik voor de deur sta. Ik mis zelfs mijn gemopper op hem, als hij voor de zoveelste keer geen kerstkado had geregeld voor onze ouders en een dag van tevoren vroeg of hij ‘met mijn kado mee mocht doen’. Hij grinnikte erbij, omdat hij wist dat ik na wat zusterlijk gemopper toch wel ja zei.

Oudjaarsavond daarentegen is tot nu toe taai gebleken. Tot half twaalf gaat het vrij aardig, mede dankzij de afleiding van cabaret op tv, hapjes op tafel en wat gezellige kletspraat met manlief tussendoor. Maar zodra die klok in beeld komt en het vuurwerk de lucht in vliegt denk ik: gelukkig nieuwjaar my ass. Weer een jaar zonder Koen. Voor de negende keer deze keer.

Maar zoals dat gaat in het leven, bestaat er naast het verdriet ook iets moois op 1 januari 2017. Mijn man en ik zijn dan tien jaar bij elkaar. Ook toen ik maandenlang in diepe rouw verkeerde, zette hij door. Mijn vader zei daarover: ‘Ik had het niet raar gevonden als ie was vertrokken. Hij heeft ten slotte niet gevraagd om die ellende. Maar hij is bij je gebleven en dat zegt iets over zijn karakter.’ En mijn leukheid natuurlijk.

Ondanks die taaiheid vind ik het geen optie om ruim voor middernacht naar bed te gaan op 31 december. Ik wil die jaarwisseling recht in de muil kijken. Als ik iedere keer dat ik Koen mis wegduik, leef ik maar half. Daar is natuurlijk geen bal aan. Dus er zit niks anders op dan de pijn erbij te nemen. En ik zeg het niet snel van mezelf, maar daar ben ik de afgelopen jaren behoorlijk bedreven in geraakt.

Gelukkig heb ik ook mooie dingen bijgeleerd. Het moederschap bijvoorbeeld. In die discipline raakt een mens nooit uitgeleerd. Want net als je je kind en de bijbehorende leeftijdsfase hebt doorgrond en denkt dat je het ein-de-lijk doorhebt, schakelt mini-you subiet over naar het volgende level. Met een hogere moeilijkheidsgraad, meer booby traps en minder levens. Het kost me soms een extra rimpel maar oh wat hou ik van deze leerschool. En van mijn kind.

Door mijn deelname aan de schrijfwedstrijd van Editio *), krijg ik veel reacties van mensen die ook een geliefde zijn kwijtgeraakt aan zelfdoding. Met één dame heb ik de afgelopen weken regelmatig contact via Facebook. Voor haar is het verlies nog vers, het is een jaar geleden dat haar broer eruit stapte. Ik herken haar worsteling, de vragen, de frustratie. De zorg dat haar leven nooit meer écht normaal – laat staan leuk – wordt, dat de schaduw van het verlies overheersend blijft. Ik hoop haar en iedereen die deze zorg heeft gerust te kunnen stellen. Ja, er zal altijd een tijd ‘voor’ en ‘na’ zijn. En niets is meer zoals het was. Maar het wordt weer leuk, het leven.

Schijt aan die stomme jaarwisseling. Gezellige kerstdagen en een heel gelukkig nieuwjaar!

*) Stemmen kan nog tot en met 14 januari!

Prettige wedstrijd

Nu de deadline voor het inleveren van verhalen voor de schrijfwedstrijd nabij is (14 december) en er nog een maand gestemd kan worden (tot en met 14 januari), leek het me tijd voor een rondje zelfreflectie. Hoe bevalt dat nou, meedoen aan zo’n competitie?

Ik hou het losjes en luchtig. We zien wel. Dat dacht ik toen ik mijn verhaal inzond voor de wedstrijd. Ik deelde mijn inzending via Facebook en verwachtte daar niets bijzonders van. Tot ik ontdekte dat ik stemmen kreeg. Wauw. En dat mensen bereid waren te delen. Hopla, nog meer stemmen. Ik zette ook Twitter in. En jawel, de teller steeg. Sterker nog, ook onbekenden begonnen te stemmen en te delen. Inclusief professionals uit de journalistiek en hulpverlening. Instagram en LinkedIn deden ook nog een beschaafde duit in het zakje en toen werd ik toch wel fanatiek. Om mijn man te citeren: ‘Ik heb je nog nooit zo competitief gezien.’ En dat terwijl ik vijfentwintig jaar op het volleybalveld heb gestaan.

Tot ik vorige week ontdekte dat mijn humeur evenredig steeg, of eigenlijk daalde, met mijn stemmenaantal. Te weinig opwaartse beweging? Dan bekroop mij een narrig gevoel. Nog erger werd het toen ik niet langer op nummer één stond. Ho. Wacht even. Ik leek wel zo’n vrouw die haar gemoedstoestand laat afhangen van de weegschaal. Ik besloot afstand te nemen. Een buurmeisje van vroeger (nu ook veertigplus maar het blijft mijn buurmeisje) gaf me een wijs advies: geniet gewoon van het succes. En voormalig volleybalgenoot C. zei dat ze sowieso onder de indruk was van het aantal likes op mijn verhaal. Oh ja.

Sindsdien ben ik nog steeds bezig om mijn verhaal onder de aandacht te brengen, maar dan iets meer ontspannen. Dat scheelt een hoop fronsrimpels. Natuurlijk, ik wil nog steeds graag die publieksprijs winnen want mijn drijfveer is onverminderd groot: aandacht voor zelfdoding, nabestaanden en rouw van broers en zussen. En hen steun bieden door erover te schrijven. Maar ik realiseer me: meedoen is het belangrijkste. Belangrijker dan winnen? Eh.. volgende vraag.

De reacties en steun die ik van mensen krijg, dichterbij en verder weg, is werkelijk hartverwarmend. Als het kon, zou ik voor alle ‘likers’ een feestje organiseren met bier & bitterballen, ongeacht het eindklassement straks.

Laat ik afronden met een gesprekje tussen mijn dochter en mij vandaag:

Dochter, gealarmeerd: ‘Mam, waar heb je die sticker gelaten?’

Ik: ‘Daar, op de plank.’ Gooi nooit dingen weg die je in de rugzak van je kind vindt, ook al zien ze er nog zo ranzig uit.

Dochter: ‘Die sticker is heel belangrijk.’

Ik: ‘Oh ja? Waarom dan?’

Dochter: ‘Dat is de magische sticker van S. (vriendinnetje) en als ze dood gaat moet je die op haar plakken en dan wordt ze weer levend.’

Ik: ‘Dat is inderdaad magisch. Werkt dat ook bij andere mensen?’

Dochter: ‘Ja.’

Ik: ‘Dan wil ik ‘m wel op ome Koen plakken.’

Dochter: ‘Nee, dat kan niet, want die is heel hoog in de hemel.’

Ik: ‘Hij ligt toch op het kerkhof in Giesbeek?’

Dochter: ‘Ja, maar je kunt hem niet meer zien dus dan kan het niet.’

Ik: ‘Da’s nou jammer.’

 

-Koen & ik, 1978-

1978

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑