Tamara

schrijft

Maand: juni 2015

Verruimd bewustzijn

Huis Oostpool aan de Nieuwstraat in Arnhem. Te midden van een kluwen hippe studenten wacht ik voor de schuifdeuren van het theater op mijn goede vriendin F. Of ik wil of niet, draai ik de ingang steeds opnieuw mijn rug toe. Mijn blik trekt naar rechtsboven. Ik draai me weer om en zet een paar langzame passen de andere kant op. Om vervolgens toch weer terug te keren naar het grote balkon, nog steeds met een smoezelig wit hekwerk ervoor. Voor de twee ramen ontdek ik nette lichtgrijze gordijnen en per raam twee zilverkleurige kandelaars op de vensterbank, met knalroze kaarsen erop. Voor zover nodig, bewijst de kleur van de kaarsen definitief dat er toch minimaal één vrouw woont, en mijn broertje niet meer. De nieuwe bewoonster had anders dat hek ook wel even mogen poetsen. Ik voel gedraai in mijn buik en mijn ademhaling kruipt per minuut steeds hoger van buik naar borst richting keel. Verbaasd constateer ik deze onprettige fysieke sensaties. Niet eerder sinds Koens dood heb ik zo lang voor zijn voormalig appartement gestaan. De plek waar hij woonde en overleed.

Opgelucht constateer ik de komst van F. Kom, naar binnen! Er wacht ons een voorstelling van de eerste lichting studenten die afstuderen aan de nog prille schrijfopleiding van ArtEZ. Vrijwel direct na binnenkomst word ik afgeleid door enkele collega’s die een praatje komen maken. Mijn ademhaling keert terug naar een comfortabele plek.

De voorstelling die we te zien krijgen is van een indrukwekkende getalenteerdheid. Vijf jonge vrouwen die de moed hadden vier jaar geleden aan deze nieuwe opleiding te beginnen, waarbij de meesten van hen op dat moment niet de zegen van hun ouders kregen. Een schrijfopleiding? Kun je daar je brood mee verdienen?

Welhaast kwijlend van zoveel schoon, uniek en origineel taalgebruik, luister ik naar de voordrachten van deze afstuderende schrijvers. Zij tonen een humor, welbespraaktheid, creativiteit en inlevingsvermogen waar ik me met gevoelens van jaloezie aan laaf. Tijdens de pauze raken F. en ik bijna in een acute depressie: wat doen wij in godsnaam op kantoor, met onze oogklepjes voor, gericht op een scherm en toetsenbord?? Waarom leven wij geen groots en succesvol schrijversleven? We bedenken dat wij vermoedelijk rond ons 20e jaar laffe teckels waren zonder flauwe notie van wat er zoal te koop was in de wereld, laat staan dat we het lef hadden om iets als een schrijfopleiding te gaan volgen. Met een glas bier in de hand keren we terug naar de zaal voor het tweede deel van de voorstelling. Na nog een uur weldadige literatuurconsumptie krijgt het hoofd van de opleiding het laatste woord. Hij zegt onder andere dat deze schrijfsters vanavond ons bewustzijn verruimd hebben. Ja, dat vinden F. en ik nou ook. Dus oogklepjes af en op naar ’t Moortgat, om de avond te evalueren en ons bewustzijn nog wat verder te verruimen. Het wordt al licht als we ieders ons weegs gaan, toegezongen door kwetterende vogels. Ietwat zwabberend op mijn mamafiets zwoeg ik de bult op naar huis en neem me moedig voor: in een volgend leven ben ik geen P&O-adviseur bij ArtEZ maar volg ik er de schrijfopleiding.

Daarom

Vorige week vrijdag was ik bij een begrafenis. Er werd weer iemand veel te vroeg onder de groene zoden gestopt. Onze receptioniste te Zwolle, pas 57 jaar, moeder van twee kinderen en oma van een kleinkind. Het zou niet moeten mogen, maar ja, daar gaan wij niet over. Samen met een collega reed ik dus richting Elburg, alwaar de dienst gehouden werd. We waren strak op tijd, lees: aan de late kant, en konden nog op het balkon van de moderne kerk plaatsnemen. Ik keek uit op heel veel kruinen, bekende en onbekende. Op de voorste rij de gebogen hoofden van echtgenoot, kinderen en aanhang. Naast de dominee, keek ik nog iemand recht aan. De overledene, vanaf een foto. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je naar begrafenissen en crematies mag. Mijn vader waarschuwt me telkens weer. Maar hoe zeer ik inmiddels ook doordrongen ben van het gegeven dat de dood bij het leven hoort, blijf ik het bizar vinden dat iemand eerst nog alive and kicking is en plotseling, of na een ziekbed, hartstikke morsdood is. Ik staar naar de mooie frisse foto van een gezond gezicht. Zo zit ze nog achter de receptie en nu zou diezelfde persoon in de witte kist liggen?

Waarom gaat de één op z’n 57e, de ander ruim voorbij de 80 en haalt weer een ander niet eens de 12? Ja, ik weet het: het ligt er maar aan wat er op je pad komt. Daar heb je maar beperkt invloed op. Maar waarom kan niet iedereen er gewoon zeker van zijn dat er ergens tussen de 80 en 90 een einde aan komt? Of haalt dat iedere motivatie uit het menselijk bestaan? Eerst was het nog ‘haal alles eruit wat erin zit want je kunt morgen dood zijn’ en dan wordt het ‘oooh ik heb zeker tot 2055 dus ik blijf nog even in de hangmat liggen’.
De kruinen scannende op andere aanwezige collega’s bedacht ik me weer eens: over 100 jaar zijn we allemaal dood. Jij, ik, de collega naast me, de hele kerk vol mensen, mijn man en mijn kind (alhoewel, 103 moet haalbaar zijn voor haar generatie). Dat is een gedachte om raar van te worden dus meestal leid ik mezelf vliegensvlug af van dit soort gezellige overdenkingen. Helaas is het aantal afleidingen tijdens een kerkdienst beperkt maar de spin op de balustrade van het balkon deed z’n best.

Op de vraag ‘waarom gaan mensen te vroeg dood?’ is maar één antwoord mogelijk. Het antwoord dat je als kind nooit wilde horen zodra je een zin begon met ‘waarom…’. Daarom! Er zit gewoon niks anders op dan het leven te blijven vieren, af en toe te klagen over onbeduidende zaken, jezelf dat toe te staan en daarna ook weer weten: wat heb ik het goed dat ik kan mekkeren over het weer. Of over een snotneus. Of over een vlek die niet uit je t-shirt wil. Zoek je vrienden op, je familie, maak nieuwe vrienden of neem afscheid van ongewenste types in je inner circle, nu het nog kan. Drink er eentje, of vooruit twee, stop voor de zekerheid wel met roken en proost. Op het leven, hoe lang of kort het ook moge duren.

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑