Tamara

schrijft

Maand: november 2016

Bloot met die billen

Vorig weekend. Het is een grijze zaterdagmiddag en daar zit ik. Aan het bureau op onze ruime zolder, mijn blik gericht op de open geklapte laptop. Gehuld in een weinig flatteuze maar comfortabele joggingbroek. Kopje thee erbij, en een gevulde thermoskan ernaast om in ieder geval één smoes minder te hebben om te stoppen met wat ik van plan ben te gaan doen. Ik weet dat ik het wil, dat ik het kan en dat het moment daar is om door te pakken. Man de hort op, kind uitbesteed. Kortom, niets houdt me tegen om mijn manuscript weer eens diep, langdurig en ongestoord in de ogen te kijken.

Voor ik het weet ben ik tweeënhalf uur verder en is de thee koud geworden. Ik ontwaak uit een soort meditatieve toestand en constateer dat het al bijna donker is. Ik was verdwenen in het verhaal, in de woorden en de jaren die voorbij gingen. Het verhaal van Koen en mij, over wie hij was, wie wij waren als broer & zus en waarom ik denk dat hij eruit stapte. Ik heb geschreven, geschoven, geschrapt en tranen weggeslikt. En geaarzeld. Moet ik wel zó met de billen bloot? Ja. Als ik mijn eigen rafelrandjes achterwege laat is het verhaal niet compleet. Mijn broer en ik, wij leken op elkaar.

Ik pauzeer even van mijn manuscript en klik naar de site van Editio, naar mijn wedstrijdverhaal. Tot mijn verrassing en dankbaarheid ben ik de duizend stemmen gepasseerd! De afgelopen weken kreeg ik niet alleen veel stemmen maar ook veel reacties. Via Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram. Allemaal even hartelijk, warm, lief of ontroerend. Stuk voor stuk aanmoedigingen om door te gaan, om dat boek te schrijven.

Toen mijn artikelen vorig jaar in de NRC Next en JAN Magazine verschenen, had ik een veel groter bereik dan nu met mijn wedstrijdverhaal. Toch voelt meedoen aan deze wedstrijd kwetsbaarder. Misschien lijkt het op het verschil tussen spelen in een uitverkochte Kuip of spelen in de bovenzaal van Luxor Live. In dat kleine bovenzaaltje is er voor de muzikant geen ontsnappen aan. Hij voelt direct hoe zijn muziek landt. Alle social media tezamen vormen voor mij een soort bovenzaal waar ik deelgenoot wordt gemaakt van alle emoties die mijn verhaal oproept. Een bijzondere ervaring.

Ik besluit dat het genoeg is geweest voor die zaterdag en klap de laptop dicht. Maar het schrijfvuur is weer flink opgepookt dus binnenkort zit ik opnieuw in joggingbroek op zolder te werken aan het manuscript. Mijn broertje is dan wel dood maar mijn verhaal over hem is alive and kicking.

Stemmen kan nog tot 14 januari:http://mijn.editio.nl/schrijfwedstrijd/er-is-iets-heel-ergs-gebeurd/

Koen & ik – 1 en 6 jaar oud, winter 1979 –

img_20150927_0002-winter-79

Vies woord

Mijn vieze-woorden-vocabulaire is best goed ontwikkeld. Of eigenlijk is het meer dat ik een vies woord of een recht-voor-de-raap-uitdrukking niet schuw. Laten we wel wezen, soms is iets gewoon k#t of kl#te. Dat mag gezegd worden vind ik.  Al vraagt mijn vader zich tot op de dag van vandaag retorisch af, zodra er weer iets krachtigs uit mijn mond ontsnapt: ‘Dat is toch geen taal voor een dame?’ Of: ‘Zo heb ik je toch niet opgevoed?’ Nee, heb ik helemaal zelf geleerd.

Nu is er onlangs totaal onverwacht een vies woord uit mijn vocabulaire geschrapt. Het blijkt namelijk een goed, braaf woord te zijn. Ik ben nog niet helemaal overtuigd maar experimenteer er wel mee. We hebben het over: profileren.  Nee, dat scheldt inderdaad niet heel lekker weg, maar ik vond het toch een vies woord. Nu niet meer. Ik zal het toelichten.

Van Dale zegt over profileren: een eigen karakter vertonen. Elders vond ik deze uitleg: profileren betekent de aandacht op jezelf vestigen. En een collega duidde het als: je laat zien waar je goed in bent. Noem het een vrouwending, of in ieder geval een Tamarading maar profileren associeer(de?) ik toch vooral met een flinke emmer arrogantie. In de sfeer van: kijk mij eens goed zijn. Lekker veel over jezelf praten en vertellen wat je allemaal gepresteerd hebt. Oh, en vooral geen belangstelling tonen voor een ander, want ja, wat kan die ander in godesnaam te melden hebben?

Maar nu ontdek ik langzamerhand dat het werkt. De aandacht op mezelf vestigen, op mijn schrijfkwaliteiten in dit geval. Als ik het zo opschrijf, moet ik al de neiging onderdrukken direct op de backspaceknop te rammen. Maar ik doe het niet. Ik vraag gewoon nog een keer aandacht voor wat ik schrijf, en mijn wedstrijdverhaal in het bijzonder. Met dit verhaal, zijnde een inzending voor de debutantenschrijfwedstrijd van Editio, hoop ik de publieksprijs in de wacht te slepen door zoveel mogelijk mensen uit te nodigen op mij te stemmen. Ik heb een missie met mijn verhaal.

Het taboe op zelfdoding is er nog steeds. En het is voor iedereen die zelfdoding van nabij meemaakt zoeken naar hoe je met zo’n verlies dealt. Dat geldt ook voor de omgeving van nabestaanden. Wat gebeurt er met je als je rouwt, wat kun je verwachten, doe je het wel goed? En wat kun je als omgeving het beste doen? Vragen stellen, of juist niet, pannetjes soep aandragen of samen een fles wijn wegtikken? Zelfs ik als ervaringsdeskundige heb De Antwoorden niet, omdat het voor iedereen anders is. Maar ik hoop dat alles wat ik schrijf over de zelfdoding van mijn broer en wat dat deed en doet met mij als zus, iemand helpt. Ook het taboe en de vooroordelen moeten kleiner. Als ik daar aan bij kan dragen, ben ik tevreden.

Laat ik het maar eens ‘hardop’ zeggen: ik profileer mij als schrijver van non-fictie, met als voornaamste thema de zelfdoding van mijn broer en mijn eigen rouwproces. Mijn belangrijkste drijfveer is mensen die ook zoiets meemaken, tot steun te zijn omdat ze herkenning en daarmee troost vinden in mijn woorden.

Voor wie wil: stem op mijn verhaal. Klik op de link en vervolgens op het hartje rechts naast mijn tekst. Delen via je Facebookaccount is helemaal lief.

Er is iets heel ergs gebeurd

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑