Tamara

schrijft

Maand: januari 2018

Aanstaande opa

Toen ik zwanger was in 2011, schreef één van de aanstaande opa’s, mijn vader, een blog over zijn grootouderschap in wording. Dat publiceerde hij nergens want aan Facebook en andere social media deed en doet hij niet. Maar toen hij onlangs het stuk weer tegenkwam bij het opschonen van zijn pc, stuurde hij het me nogmaals toe en vroeg ik hem: mag ik het op mijn site zetten? Dat mocht. Lees hieronder hoe een bijna-opa het opa-in-wording-zijn beleefde. 

Het schijnt geweldig te zijn: opa en oma te worden. Nog mooier dan zelf kinderen krijgen. Of zoals een oud collega omschreef: ‘Het is eigenlijk jammer dat je eerst zelf kinderen moet krijgen om opa te kunnen worden!’

Je hebt dus kinderen. Als ze zelfstandig beginnen te worden en aan relaties beginnen ben je zeer bevreesd een ongewenste opa te worden. Als de ‘losbandige’ periode voorbij is en er een vaste relatie ontstaat tussen je dochter met een knul die je wel aanstaat en waarmee ze zelfs gaat trouwen, ja dan begint het pas echt te kriebelen. Zou het dan toch nog gebeuren? Jan en alleman om je heen wordt opa en jij nog steeds niet. Graag zou je je er mee willen bemoeien, maar de angst is diep geworteld dat dit de doodsteek is en er dus nooit een kleinkind komt. Ook kun je verder niets laten merken, want je zult het stel maar onbewust onder druk zetten. Wat ook zeer frustrerend, doch waarschijnlijk goed bedoeld is, zijn de vragen en opmerkingen van je zeer gewaardeerde sociale omgeving. ‘Word je al opa?’ Kun je niets mee.

Dan breekt ook de fase aan dat je er realistisch over na gaat denken. Over kinderen op de wereld zetten. Je weet en bedenkt dan dat er net zoveel, of zelfs wel meer, redenen zijn om dit niet te doen dan wel. Weer zakt je de moed in de schoenen, want je hebt een verstandige dochter. Moedeloos zink je neer op de driezitsbank. Je kunt niets doen en het grote (af)wachten heeft een definitieve aanvang genomen. Toch zijn er signaaltjes die, nogal teleurstellend, vooral gevoed worden doordat de wens de vader, danwel de opa, van de gedachte is. Maar goed, ze zijn er wel. Ze vindt kinderen wel leuk. Vooral die van haar vriendinnen, maar toch. Ze hebben nooit gezegd dat ze geen kinderen willen. Dit gaf dan weer veel hoop. Gelukkig liet schoonzoon zich ontvallen dat ze het nog niet wisten op mijn rechtstreeks vraag, toen hij weer eens de opslagruimte op onze vliering nodig had. Dit omdat ik bij een negatief antwoord de hele ‘babypruttel’, waar mijn liefhebbende echtgenote maar geen afstand van kan doen, van de hand had kunnen doen. Maar goed, ze wisten het dus nog niet. Het was me wel duidelijk: ik moest geduld hebben.

En dan komt het moment dat de jongelui een soort verplicht bezoek aanmelden. Je hebt een vermoeden, maar durft dit niet eens met de eventuele aanstaande oma te bespreken. De wens is ten slotte zo vaak, zoals ik al eerder meldde, de vader, in dit geval de opa, van de gedachte! Maar als er dan plots een fles jajem van het merk Ooievaar op tafel wordt gezet, dan hoeft er eigenlijk niets meer gezegd te worden. Op dat moment wordt het de aanstaande opa even te veel. Hij wil kalm blijven, zoals het hoort, maar het liefst had hij op tafel gaan staan dansen. Het rare is dat opeens ook de bezorgdheid begint en je weet zo gauw niet om wie je het meest bezorgd moet zijn. Om de aanstaande moeder, je eigen kind, of om je aanstaande kleinkind. Even is de opa in spé helemaal in de war. Schoonzoon hangt er maar bij op dat moment, hetgeen natuurlijk niet helemaal correct is, maar het is even niet anders. Iedereen gelukkig en blij. Wel wordt de opdracht meegegeven dat we het nog een tijdje geheim moeten houden, terwijl ik zelf het liefst een advertentie in de krant had gezet! Om over de geheimhoudingsplicht voor oma nog maar te zwijgen!

Nadat alles een beetje bezonken is breekt er weer een andere episode in het leven van de aanstaande opa aan. Als hij al eens meegaat winkelen, staat hij met de aanstaande oma niet meer alleen voor kleding-, schoenen- en juwelierszaken, maar ook voor kinderkledingzaken en speelgoedwinkels. Ik laat haar maar begaan en heb er, moet ik eerlijk bekennen, nog plezier in ook. Laten we maar zeggen voorpret. Allemaal erg prematuur, maar toch.

Op 9 februari 2012 moet het gebeuren. Althans volgens de berekeningen. Ben benieuwd welk wintersportevenement de kleine in de war stuurt. Maar ik, aanstaande opa, heb het er zéér graag voor over.

Veel mensen weten te melden dat het heel snel gaat. Ze bedoelen dan de ‘verwachtingstijd’. Het is zó 9 februari. Ja, het zal wel, maar het duurt mij allemaal veel te lang. Opa in spe is ongeduldig, bezorgd, zenuwachtig en ga zomaar door. Er zit niks anders op dan nagelbijten tot het grote moment en dan de ultieme opa worden, dat weet ik zeker.

Auteur: opa Giesbeek, de vader van Tamara en de opa van dochterlief

Beloofd o beloofd

Naast dat ik de afgelopen weken mijn manuscript afrondde, las ik ook dit boek: Man o Man, van Nathan Vos. Over de zelfdoding van zijn broer David. Ik schreef er al eerder iets over, voor ik het gelezen had. Via Twitter heb ik Nathan Vos beloofd te laten weten wat ik er van vond na lezing.

Daar gaat-ie.

Achterop het boek staat onder andere:
In Nederland brengen ruim twee keer zoveel mannen als vrouwen zichzelf om het leven. Maar vrouwen zijn twee keer zo vaak depressief. Hoewel het een niet per se met het ander te maken heeft, lijkt de correlatie helder: mannen zoeken geen hulp. Als ze al weten dat ze het nodig hebben. Nathan onderzoekt waar het misging bij David én bij elf lotgenoten, onder meer door met hun weduwes te praten.

De kritiek op het boek die ik vooraf hoorde, onderschrijf ik niet: Nathan generaliseert niet en pretendeert ook niet Het Antwoord op de waarom-vraag gevonden te hebben. Wel vertelt hij openhartig over wat de zelfdoding van zijn broer met hem deed en doet. Daarnaast gaat hij op zoek naar mogelijke verklaringen voor de daad van zijn broer, onder andere door elf lotgenoten via hun weduwes een klein monument te geven in zijn boek. Schrijnende, verbijsterende en liefdevolle portretten. En sommigen zeer herkenbaar, vooral de verhalen waarin de zelfdoding uit de lucht kwam vallen. Ook mijn broer liet nauwelijks iets merken van het donker in zijn hoofd en bam, weg was hij.

Bladzijde 275 tot en met 296 gingen over de troost die kunst je kan bieden. Zeer mee eens, maar de aanbevelingen over welke boeken te lezen en welke muziek te luisteren, waren niet aan mij besteed. En ik vond de structuur van het boek wat rommelig.

Maar die kritische nootjes vallen weg tegen het nut en de noodzaak van dit boek: het levert een waardevolle bijdrage aan het bespreekbaar maken van depressie, zelfdoding en rouw. En wie weet werkt het zelfs preventief. Al was het maar één keer.

20180117_094003

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑