Tamara

schrijft

Auteur: Tamara (pagina 1 van 21)

Business as (un)usual

De tafelpootjes van de kleine salontafel staan in de zwarte krijtverf, alsmede twee bloempotten, een plankje voor aan de muur, een wijnkistje en een schemerlamp. Dat doe je als je aan huis gekluisterd bent maar nog net op tijd bij de Gamma een potje zwarte krijtverf hebt weten te bemachtigen. En holymoly wat moet ik nodig naar de kapper. Jammer, voorlopig is het coupe-succes-ermee.

‘Ik haat corona’, zei mijn dochter de afgelopen dagen een paar keer. Nogal. Alhoewel het ons eigenlijk goed gaat. Geen klachten en genoeg te doen in huis. Voordat we kluizenaars werden, was ik al begonnen met opruimen. Effect van mijn recente scheiding. Als ik namelijk stress of onrust voel, ga ik ordenen en weggooien. Boeken op alfabet, keukenkastjes soppen en bakjes bij bakjes, hagelslag bij pindakaas. Vuilniszakken vol zooi uit de kelder verdwenen in de ondergrondse vuilstort, en zo groot is die kelder niet. Nu ik toch mijn imago aan gort help, kan ik ook wel opbiechten dat ik in het pré-corona-tijdperk (weet iemand nog hoe dat was?) schoenen heb gepoetst en beddengoed ben gaan strijken. Laat dat even op je inwerken.  

Alle gekheid, ik heb me weleens beter gevoeld. Gelukkig niet als gevolg van het virus, maar wel als gevolg van de (vrijheids)beperkingen dankzij dat fuckingvirus, de naweeën van de scheiding, en als icing on the cake een uitvaart, erg verdrietig. Waar is de ‘kan alles weer normaal worden’ knop?

Tot zover de unusual stuff.

Door naar de usual stuff, soort van tenminste: komende zaterdag staat er een artikel in de Gelderlander, waarvoor ik geïnterviewd ben. Er zou ook een podcast komen, maar dat kon uiteraard niet doorgaan. En ik heb deze week 5 e-books en 1 paperback verkocht. Mensen hebben tijd om te lezen.

Veel meer usual stuff gebeurt er niet want zelfs boodschappen doen is niet meer wat het was. Slalommen vanwege die 1,5 meter, mandjes met natte handvatten van de desinfecteer, kassajuffrouwen en -heren achter een spatscherm en wc-rollen van een ander merk. Het bier en de chips zijn helaas nog ruim voorradig bij de Coop in mijn wijk. Hello love handles 2.0.

Potverdomme, ik mis mijn ouders, vriendinnen, de kroeg, tegen iemand opbotsen en je niet de tyfus schrikken, een knuffel uit kunnen delen aan mensen die het moeilijk hebben, live werken én ouwehoeren met mijn collega’s, sporten (flikker op met je circuitjes door de woonkamer), op het terras crashen met mezelf en een cappuccino, en zelfs de overvolle binnenspeeltuin van Burgers’ zou ik nu met liefde tegemoet treden. Dat ik me ooit nog eens zou verheugen op drukte.

Mijn vader adviseerde me mijn zegeningen te tellen. Doe ik altijd, ook nu, zij het met iets meer moeite. Met stip bovenaan de gezegende lijst: mijn dochter is gezond en haar mag ik wel knuffelen, praise the Lord or whomever for that. Dan volgt al snel: mijn ouders zijn gezond, en ook een hele rij aan geliefden en gewaardeerde collega’s. Dat vult al minstens twee A4-tjes, een zegening op zichzelf.

Tot nu toe heb ik elke dag wel een keer gelachen. Om mijn kind, om idiote appjes van vrienden en vriendinnen, inclusief geestige en zwarte coronagrappen, en tijdens het videobellen met collega’s (‘Hoor je mij?’ ‘Nee, maar we zien je wel.’ ‘Oh wacht er vliegt iets in de fik hier.’ ‘Je microfoon doet het niet.’ ‘Hee <kindernaam>.’’Kan je man even kappen met koffiebonen malen?’ ‘Wat zeg je? Nee zeg maar, nee jij eerst.. wat?’).

Drink bier, eet chips, knuffel de mensen die je mag knuffelen, blijf op afstand van de rest (zeker als je snot hebt) en luister muziek. Hou vol lieve allemaal,  this too shall pass.

Opperdepop. Allebei. Binnen 3 dagen.

Mijn Hart

Sister dear

Are you there, are you there

I wanna talk to you

Op het grote scherm kijk ik naar het gezicht van de zangeres. Onder het scherm zit ze, hartstochtelijk spelend op de piano, in haar panterprintlegging en op blote voeten. Bij het horen van haar stem vraag ik me af wat onze zangdocenten (ik werk bij ArtEZ) van haar techniek zouden vinden. Hoe houdt ze dit al zoveel jaren vol zonder haar stembanden definitief af te schrijven? Zo rauw, zo intens, zo emotioneel.

Het denken vergaat me al snel. Haar verhaal komt rechtstreeks mijn borstkas binnen, geen ontkomen aan. En ik wil het niet, maar het gebeurt toch. De tranen nemen een streepje mascara mee en lopen zo mijn decolleté in. De vrouw bezingt de liefde voor en relatie met haar zus. Sister dear. Mijn broertje en ik delen een ander verhaal dan Beth en haar zus, maar de siblinglove die bezongen wordt voel ik nog steeds. En dus stoppen mijn ogen niet met wateren.

Natuurlijk had ik al eerder van haar gehoord. Beth Hart. Wat ik beluisterd had vond ik niet onaardig. Tot ik de afgelopen tijd van verschillende mensen YouTube-linkjes toegestuurd kreeg met nummers van haar. Opvallend vaak, geen idee waarom. En opeens ging er een luikje open in mijn gemoed waar Beth vastberaden naar binnen liep. Nondeju zeg. Zij KAN iets. Waarom zag ik dat niet eerder?

Voorafgaand aan het concert werd een korte documentaire over Beth getoond. Daarin vertelde ze onder andere over haar psychische problemen. Ze heeft borderline en slikt Seroxat (antidepressivum). Tijdens het concert liet ze dat ook af en toe vallen, met humor en zelfspot. En toen had ze me opnieuw. Want, bewust of niet, ze breekt een lans voor iedereen die een psychische kwaal heeft. Je bent niet je kwaal, of zeker niet alleen maar (het kan soms wel overheersend zijn, maar dan nog). Je bent mens, met alle plussen, minnen, talenten, liefde, zekerheden en onzekerheden die daarbij horen. Ook als je niet op een podium staat.

En, oh the irony, juist de geestelijke chaos en pijn die Beth ervaren heeft en nog steeds tegenkomt, zorgt mede voor de prachtige nummers die ze schrijft en vertelt. Wat een moed om je ziel en zaligheid te delen met zoveel mensen.

War in my mind heet haar laatste CD. Die moest ik maar eens aan Sinterklaas vragen. Of de Kerstman. Of gewoon zelf kopen. Alsmede al haar eerdere CD’s. Beth heeft er een fan bij.

Nog een paar linkjes: hop en hop.

Taboemoe & de stoeren

Op social media volg ik mensen die open zijn over hun psychische problemen en eventuele bijbehorende medicatie. Mannen en vrouwen die daar ‘gewoon’ over vertellen, bloggen, vloggen en wat dies meer zij. Gewone mensen met een gewoon leven en een shitload aan kwaliteiten. En ja, soms ook een shitload aan problemen en medicijnen.

Een tijdje terug heb ik zelf maar liefst 1 blog gewijd aan mijn eigen medicijngebruik. Doodeng vond ik het. Lees maar terug waarom. Of nee doe maar niet, want straks vind je van alles van me. Al kan me dat heus niks schelen. Toch?

De mensen die ik volg worden, voor zover ik dat meekrijg via hun accounts, oneindig veel meer geplaagd door hun psychische kwesties dan ik. Ik heb het even niet over hoe dat een paar jaar geleden voor me was. Niet grappig namelijk. Maar ook toen functioneerde ik ‘normaal’ (hetgeen precies de reden was dat het even duurde voor er een arts was die me serieus nam).

Voor heel veel mensen ligt het niet zo eenvoudig. Ze zitten thuis, kunnen niet werken of studeren, of misschien wel maar niet op het niveau of in het vakgebied dat ze graag zouden willen. Maar er zitten ook mensen tussen die succesvol zijn in wat ze doen en oh ja, ook een gegeneraliseerde angststoornis hebben waardoor bijvoorbeeld treinritjes verre van tjoeketjoektralala gaan. Of autoritjes een DING zijn. Toch lastig als je ergens heen moet of wilt en het is niet op fietsafstand (dan heb ik niet over figuren – ze verkeren in mijn directe omgeving – die 80 kilometer ook nog steeds ‘op fietsafstand’ vinden).

Wat ik maar zeggen wil: deze mensen vind ik stoer en moedig. Ze zijn goed bezig. Allemaal loeidruk met herstellen of (leren) leven met wat eraan scheelt, en daarnaast dragen ze ook nog bij aan het verminderen van het taboe op psychische klachten. Tenminste, dat mag ik hopen. Of zouden ze ook volgers en reaguurders hebben die zichzelf en hun vooroordelen lekker laven aan de psychische kwetsbaarheid van anderen? Mensen blijven mensen natuurlijk.

Misschien moet ik er zelf ook meer over schrijven. Alleen ben ik in de gelukkige omstandigheid dat mijn leven op dat vlak – o.a. met dank aan pillen – nauwelijks materiaal levert om blogs mee te vullen.

Mag ik hier een paar accounts noemen van mensen die helaas wel met enige regelmaat in allerlei vertelstijlen hun tijdlijn kunnen vullen met psychische strijd? Wat mij betreft ga je ze volgen. Al was het maar een paar dagen. Screen jezelf op vooroordelen. Ik betrap mezelf er nog steeds op, shame on me, zelfs al ben ik taboemoe.

Hier komt een rijtje stoeren (zonder toelichting, hun verhalen vertellen zichzelf), met de insta-accountnamen, in willekeurige volgorde. Sommigen zitten ook op Facebook en/of Twitter en/of hebben een eigen site:

Jesse Laport

tessalidwina

Elkeschrijft

Marijkegroot80

raak_me

mignonnus

ericdemunck

hoofdtaal

lottiemaejones

Write like a motherfucker

Write like a motherfucker: quote van Cheryl Strayed, auteur van o.a. Wild

Eigenlijk zou ik er geen blog aan moeten wagen. Omdat ik nog niet weet wat ik te zeggen heb over de afgelopen vier dagen. En pas morgenmiddag rond half twee ronden we de retraite af. Maar het kriebelt, en ik moet gewoon even mijn vingers als een malle over het toetsenbord voelen gaan.

Vanavond leerde ik: schrijf over een ervaring als je er iets over te zeggen hebt. Dat lijkt een open deur, maar lees de zin nog maar eens. Wil je een ervaring in feitelijke zin delen, als in: kijk eens wat ik gezien, gedaan, gehoord heb? Of heb je er meer over te zeggen, kun je het duiden, voor jezelf en  anderen?

Een ding is me eens te meer helder geworden tijdens deze retraite, naast dat ik blijkbaar in staat ben heel lang achter elkaar mijn kwebbel dicht te houden: ik hou van schrijven. Ik wil het, ik kan het (zei ik dat nou echt?) en ik wil er beter in worden, er meer van weten, er anderen mee helpen of plezieren of allebei. Hier op mijn sobere kloosterkamer zit ik te wiebelen en draaien op de bureaustoel met de rugleuning die ik niet bijgesteld krijg waardoor ik als een prinsesje rechtop zit. Er moet iets uit, tekst, woorden, maar waarover dan?

Ik had gehoopt, niet verwacht, dat zich een thema voor een tweede boek zou aandienen. Dat is niet gebeurd. Wel bedacht ik me net, terwijl mijn witte adidasjes iets wegzakten in het zachte rode tapijt onderweg naar mijn tijdelijke schrijvershol, dat ik mijn eerste boek zou moeten herschrijven aan de hand van de kennis die ik nu opgedaan heb. Het zou er beter van worden! Maar nee, de inkt van de eerste versie is nog niet genoeg ingedroogd.

Niet alle theorie en oefeningen waren nieuw voor me deze dagen en daar was ik verbaasd over. Toen ik mijn boek schreef, volgde ik tegelijkertijd schrijfworkshops en een korte opleiding, mocht ik zelfs publiceren in bepaald geen lullige blaadjes. Ook het uitgeefproces zelf leverde veel kennis en ervaring op over structuur aanbrengen, je darlings killen, samenwerken met een redacteur en vormgever en de zakelijke kant van uitgeven.

Dus hoezo verbaasd dat ik het nodige heb opgestoken de afgelopen tien jaar? Het moet de innerlijke criticus zijn die af en toe een plekje bemachtigt vlak naast mijn oor en dan bijvoorbeeld lispelt: ‘Wat weet jij nou van schrijven? En je denkt ook nog dat je het kunt? Haha, zoek in godesnaam een andere hobby, nepschrijfstertje.’ Gelukkig leerde ik daar gister over: je hoeft niet van je innerlijke criticus af, maar leer er thee mee drinken. Of, in mijn geval: een biertje. En daarna ga ik writen like a motherfucker.

Amen.

Meer info over deze schrijfretraite: check de site van Geertje Couwenbergh.

Tijd, tijd, tijd

Tot mijn verbazing heb ik een beetje genoeg van het schrijven over Koens dood en mijn verdriet. Krijg nou wat.

Nog niet zo lang geleden postte ik ’s avonds een blog, geschreven tijdens een k..avond waarop ik ouderwets kopje onderging in het gemis van mijn broer. De volgende dag haalde ik de blog vrij snel weer van mijn site. Ik stoorde me namelijk aan mijn eigen woorden, vond ze te dramatisch, op het slachtofferige af.

Betekent dit dat ik de hele toestand een plekje heb gegeven? Welnee. Zo werkt dat niet bij mij. Maar ik bespeur een soort metaalmoeheid. Ik heb er nu wel alles over gezegd, zoiets.  

Best gek om dit toe te geven. Alsof ik mijn broertje verloochen. Alsof ik hem niet langer wil missen. Dat laatste lijkt me overigens best comfortabel maar de barst in mijn hart is de andere kant van mijn liefde voor Koen en die koester ik. Maar mocht ik de ik-mis-Koen-aan/uit-schakelaar ooit vinden, dan ga ik ‘m intensief gebruiken. Wat een vondst: klik pijn aan, klak pijn uit. Eventueel met dimmer. Net waar ik zin in heb.

Er komt ook een vaag schuldgevoel opzetten. Want ik weet dat er mensen zijn – geen idee hoeveel precies maar al was het maar 1 – die iets hebben aan mijn blogs over rouw en zelfdoding. En dat is nou juist één van de belangrijkste redenen dat ik mijn boek geschreven heb: andere mensen die hetzelfde meemaken, een steuntje in de rug bieden.

Mede dankzij mijn boek heb ik een paar lezingen mogen geven en werd ik door 113Zelfmoordpreventie onlangs gevraagd om bij te dragen aan een middag over suïcidepreventie, bedoeld voor een breed georiënteerde beroepsgroep. En de Ivonne van de Ven Stichting vroeg me dit voorjaar zitting te nemen in het comité van aanbeveling voor de petitie die momenteel loopt, die als doel heeft suïcidepreventie een vast onderdeel te maken van de opleidingen voor artsen en andere hulpverleners (wil je tekenen? Deze zin is de link naar de site, klik en zet je handtekening). Het voelt goed om dat soort dingen te doen. Koen komt er niet mee terug, maar het idee dat ik bijdraag aan het voorkomen van vergelijkbaar leed voor anderen, geeft zijn dood een piepklein beetje zin. Tegen wil en dank.

Is dat wat ik wil met mijn ervaringsdeskundigheid als nabestaande van zelfdoding? Bijdragen aan suïcidepreventie, lezingen geven? Ja, zeker. Maar doe ik dat alleen als ik gevraagd word of ga ik mezelf ook promoten met die ‘diensten’? Ik weet het nog niet.

Mijn haptonoom zei ooit, toen ik destijds weer eens een poging deed om op hoog tempo door mijn rouwproces te jakkeren, want ja, alles om maar zo snel mogelijk van dat verschrikkelijke gevoel af te zijn: ‘Tijd, tijd, tijd, Tamara, geef het nou eens tijd.’ Dat advies is me altijd bij gebleven omdat het toepasbaar is op zoveel (taaie) dingen in het leven.

Dus laat ik er ook nu op vertrouwen dat de tijd gaat uitwijzen wat ik wel of niet wil doen met mijn dooie broertje en alle spin-off die zijn actie op mijn levensbord kwakte.

Kist met gedicht |ArtEZfinals | vandaag

Oudere berichten

© 2020 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑