Tamara

schrijft

Maand: augustus 2019

Taboemoe & de stoeren

Op social media volg ik mensen die open zijn over hun psychische problemen en eventuele bijbehorende medicatie. Mannen en vrouwen die daar ‘gewoon’ over vertellen, bloggen, vloggen en wat dies meer zij. Gewone mensen met een gewoon leven en een shitload aan kwaliteiten. En ja, soms ook een shitload aan problemen en medicijnen.

Een tijdje terug heb ik zelf maar liefst 1 blog gewijd aan mijn eigen medicijngebruik. Doodeng vond ik het. Lees maar terug waarom. Of nee doe maar niet, want straks vind je van alles van me. Al kan me dat heus niks schelen. Toch?

De mensen die ik volg worden, voor zover ik dat meekrijg via hun accounts, oneindig veel meer geplaagd door hun psychische kwesties dan ik. Ik heb het even niet over hoe dat een paar jaar geleden voor me was. Niet grappig namelijk. Maar ook toen functioneerde ik ‘normaal’ (hetgeen precies de reden was dat het even duurde voor er een arts was die me serieus nam).

Voor heel veel mensen ligt het niet zo eenvoudig. Ze zitten thuis, kunnen niet werken of studeren, of misschien wel maar niet op het niveau of in het vakgebied dat ze graag zouden willen. Maar er zitten ook mensen tussen die succesvol zijn in wat ze doen en oh ja, ook een gegeneraliseerde angststoornis hebben waardoor bijvoorbeeld treinritjes verre van tjoeketjoektralala gaan. Of autoritjes een DING zijn. Toch lastig als je ergens heen moet of wilt en het is niet op fietsafstand (dan heb ik niet over figuren – ze verkeren in mijn directe omgeving – die 80 kilometer ook nog steeds ‘op fietsafstand’ vinden).

Wat ik maar zeggen wil: deze mensen vind ik stoer en moedig. Ze zijn goed bezig. Allemaal loeidruk met herstellen of (leren) leven met wat eraan scheelt, en daarnaast dragen ze ook nog bij aan het verminderen van het taboe op psychische klachten. Tenminste, dat mag ik hopen. Of zouden ze ook volgers en reaguurders hebben die zichzelf en hun vooroordelen lekker laven aan de psychische kwetsbaarheid van anderen? Mensen blijven mensen natuurlijk.

Misschien moet ik er zelf ook meer over schrijven. Alleen ben ik in de gelukkige omstandigheid dat mijn leven op dat vlak – o.a. met dank aan pillen – nauwelijks materiaal levert om blogs mee te vullen.

Mag ik hier een paar accounts noemen van mensen die helaas wel met enige regelmaat in allerlei vertelstijlen hun tijdlijn kunnen vullen met psychische strijd? Wat mij betreft ga je ze volgen. Al was het maar een paar dagen. Screen jezelf op vooroordelen. Ik betrap mezelf er nog steeds op, shame on me, zelfs al ben ik taboemoe.

Hier komt een rijtje stoeren (zonder toelichting, hun verhalen vertellen zichzelf), met de insta-accountnamen, in willekeurige volgorde. Sommigen zitten ook op Facebook en/of Twitter en/of hebben een eigen site:

Jesse Laport

tessalidwina

Elkeschrijft

Marijkegroot80

raak_me

mignonnus

ericdemunck

hoofdtaal

lottiemaejones

Write like a motherfucker

Write like a motherfucker: quote van Cheryl Strayed, auteur van o.a. Wild

Eigenlijk zou ik er geen blog aan moeten wagen. Omdat ik nog niet weet wat ik te zeggen heb over de afgelopen vier dagen. En pas morgenmiddag rond half twee ronden we de retraite af. Maar het kriebelt, en ik moet gewoon even mijn vingers als een malle over het toetsenbord voelen gaan.

Vanavond leerde ik: schrijf over een ervaring als je er iets over te zeggen hebt. Dat lijkt een open deur, maar lees de zin nog maar eens. Wil je een ervaring in feitelijke zin delen, als in: kijk eens wat ik gezien, gedaan, gehoord heb? Of heb je er meer over te zeggen, kun je het duiden, voor jezelf en  anderen?

Een ding is me eens te meer helder geworden tijdens deze retraite, naast dat ik blijkbaar in staat ben heel lang achter elkaar mijn kwebbel dicht te houden: ik hou van schrijven. Ik wil het, ik kan het (zei ik dat nou echt?) en ik wil er beter in worden, er meer van weten, er anderen mee helpen of plezieren of allebei. Hier op mijn sobere kloosterkamer zit ik te wiebelen en draaien op de bureaustoel met de rugleuning die ik niet bijgesteld krijg waardoor ik als een prinsesje rechtop zit. Er moet iets uit, tekst, woorden, maar waarover dan?

Ik had gehoopt, niet verwacht, dat zich een thema voor een tweede boek zou aandienen. Dat is niet gebeurd. Wel bedacht ik me net, terwijl mijn witte adidasjes iets wegzakten in het zachte rode tapijt onderweg naar mijn tijdelijke schrijvershol, dat ik mijn eerste boek zou moeten herschrijven aan de hand van de kennis die ik nu opgedaan heb. Het zou er beter van worden! Maar nee, de inkt van de eerste versie is nog niet genoeg ingedroogd.

Niet alle theorie en oefeningen waren nieuw voor me deze dagen en daar was ik verbaasd over. Toen ik mijn boek schreef, volgde ik tegelijkertijd schrijfworkshops en een korte opleiding, mocht ik zelfs publiceren in bepaald geen lullige blaadjes. Ook het uitgeefproces zelf leverde veel kennis en ervaring op over structuur aanbrengen, je darlings killen, samenwerken met een redacteur en vormgever en de zakelijke kant van uitgeven.

Dus hoezo verbaasd dat ik het nodige heb opgestoken de afgelopen tien jaar? Het moet de innerlijke criticus zijn die af en toe een plekje bemachtigt vlak naast mijn oor en dan bijvoorbeeld lispelt: ‘Wat weet jij nou van schrijven? En je denkt ook nog dat je het kunt? Haha, zoek in godesnaam een andere hobby, nepschrijfstertje.’ Gelukkig leerde ik daar gister over: je hoeft niet van je innerlijke criticus af, maar leer er thee mee drinken. Of, in mijn geval: een biertje. En daarna ga ik writen like a motherfucker.

Amen.

Meer info over deze schrijfretraite: check de site van Geertje Couwenbergh.

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑