Tamara

schrijft

Maand: december 2018

Schaduw zonder zon

‘Heb ik nog tijd om langs Koen te gaan?’

Mijn moeder aarzelt kort en zegt dan: ‘Ja, kan wel even, als we meteen gaan.’

‘Oh maar je hoeft niet per se mee hoor.’

‘Jawel, ik wil wel even mee.’

Mijn moeder verlaat tijdelijk haar heiligdom – de keuken – met een kerstdiner in afronding en we trekken allebei onze jassen aan. Babbelend over van alles en niks lopen we richting het kerkhof. Het schemer is nog maar net overgegaan in donker. Echt koud is het niet. Het groen geverfde draaihekje dat er al staat zolang ik me kan herinneren, piept een beetje als we er doorheen lopen, het kerkhof op. Witte en grijze kiezels knerpen gepast onder onze voeten terwijl we direct linksaf slaan. Rechts de rij met urnengraven waar Koen ook tussen zit. Ligt. Staat. Hoe zeg je dat eigenlijk als iemand gecremeerd is en zijn urn met as begraven?

Mijn blik dwaalt over de graven. Her en der branden witte en rode lichtjes op de graven. Soms nep, veel echt. ‘Waarom branden ze rode lichtjes op een kerkhof?’ vraag ik mijn moeder, in de veronderstelling dat ze dat nog weet van vroeger ofzo. ‘Geen idee, maar het doet mij denken aan een hoerenbuurt.’ Ik lach. Mijn moeder laat zien welke route ze vaak neemt als ze het kerkhof bezoekt. Haar vader, mijn opa, krijgt ook altijd een groet. Mijn moeder is al enkele jaren ouder dan hij ooit werd en dat is raar, beaamt ze mijn opmerking daarover. Ze denkt nog vaak aan hem. We lopen verder. ‘Bah, er liggen steeds meer bekenden,’ constateert mijn moeder.

We eindigen de route voor het graf van Koen. Ma vertelt hoe ze hem vaak gedag zegt als ze weer gaat. Dag kind. En hoe mijn dochter, haar kleindochter, die af en toe meegaat naar ome Koen als ze bij opa en oma logeert, daarover tegen haar zei: ‘Hij hoort je toch niet.’ We grinniken en blijven nog even staan. Ik staar naar Koens naam op de steen. Mijn moeder zucht. En dan word ik overvallen door dikke tranen. Kutkutkut. Mijn broertje hoort hier niet te liggen of staan of wat dan ook, gewoon niet.

We lopen weg van het graf en mijn moeder haakt haar arm in de mijne. ‘Nee, ut vilt soms nie met,’ vat ze mijn gevoelens en die van haar in een zin samen. Meer hoeft er niet over gezegd te worden. Ik snotter nog even door als we het kerkhof weer af zijn en vraag of we een extra rondje door het dorp kunnen doen zodat ik niet met een jankhoofd aan het kerstdiner hoef aan te schuiven.

We passeren huizen met mensen in keukens en aan tafels en gluren naar binnen. Hadden ze de gordijnen maar dicht moeten doen. Mijn moeder praat me bij over wie waar woont of gewoond heeft en andere wetenswaardigheden over mijn geboortedorp en de bewoners. Ik vraag me af welke verhalen er werkelijk schuil gaan achter al die gevels en gezellig verlichte woonkamers.

Mijn tranen zijn opgedroogd als we thuiskomen. Mijn moeder duikt de keuken weer in en ik ga de woonkamer in. Op de bank wordt onze dochter vermaakt door haar vader en haar opa. Mijn man kijkt me onderzoekend aan en ik vrees dat ik betrapt ben. Inderdaad, zo blijkt later die avond tijdens de rit naar huis.

‘Hoe is het?’

‘Mwah. Heb het moeilijk met Koen.’

‘Dacht al zoiets. Zag het aan je ogen.’

Ook daarover hoeft niet meer gezegd te worden. Terwijl we in stilte verder rijden denk ik aan de woorden van Manu Keirse, een Vlaamse rouwdeskundige. ‘Rouw is als het ware een schaduw die levenslang met u mee gaat. Soms is de schaduw groot, soms is de schaduw kleiner. En soms denkt u dat de schaduw er even niet is, maar wacht hij toch om de hoek op u en overvalt hij u onverwacht weer.’

Er mag gelachen worden

Dood, zelfdoding, rouw. Deze thema’s zijn van nature vrij humorloos. Toch kon er een lach vanaf vorige week vrijdagmiddag, tijdens mijn eerste lezing naar aanleiding van mijn boek. Eerst nog aarzelend. Maakte ze nou een grapje? Mogen we lachen? Toen gedurende mijn verhaal duidelijk werd dat ik de boel af en toe ontlucht met een gebbetje, werd de grinnik steeds losser.

Ik geloof heilig in de werking van humor. Juist bij de zware thema’s in het leven. Daarbij zal ik zeker niet de clown uithangen of aan de zwaarte voorbijgaan, maar af en toe een geintje tussendoor geeft ruimte aan de ellende. Zo voel ik dat.

Het was een bijzondere middag. Dat begon wat mij betreft al met het gegeven dat ik geheel vrijwillig een ‘spreekbeurt’ hield, minstens drie kwartier lang. Had je mij op mijn veertiende gevraagd of ik ooit zoiets zou doen, dan had ik je gezegd niet zulke achterlijke vragen te stellen. Ik voel nog mijn trillende benen en de buikpijn tijdens een boekbespreking in 3 VWO. Al die ogen, al die oordelen, op mij gericht. Een gruwel.

In de loop der jaren heb ik blijkbaar toch iets weten te overwinnen want toen Hilde me vroeg of ik een lezing zou willen geven naar aanleiding van mijn boek, zei ik direct ja. Voor misschien wel dertig man, een klas vol.

En jawel, daar stond ik weer, voor de klas. Met mijn boek als metgezel, passages lezende, filmpjes tonende, mijn persoonlijke verhaal delende. En het ging goed. De mensen die naar mijn verhaal hadden geluisterd, lieten me weten er echt iets aan te hebben. Een man was geraakt omdat hij ook een broer kwijt was geraakt aan zelfdoding. Een vrouw realiseerde zich hoezeer ze haar verdriet had weggestopt. Weer een andere dame herkende zich in de afwisselende en contrasterende emoties die mijn rouwproces (en daar ben ik niet uniek in) kenmerkten. ‘Erg authentiek’, ‘wat een eerlijk verhaal’, ‘goed gedaan’, ‘doe je dit vaker?’, ‘heel erg bedankt, echt’; ik kreeg het allemaal als veren in mijn achterwerk gestoken. Een pauwenstaart was er niets bij.

De dood van Koen is en blijft zinloos. Ik zou mijn boek en alle mooie reacties op mijn lezing per direct voor hem inruilen, als het kon. Maar mijn broertjes overlijden is onomkeerbaar. Hoe fantastisch is het dan dat zijn dood en mijn verhaal nu anderen steunt?

Er was een dame die na afloop zei: ‘Ik heb nu het idee dat ik Koen ook een beetje ken. Heb je er bewust voor gekozen om geen foto van hem te laten zien? Ik ben wel nieuwsgierig eigenlijk.’ Dat snap ik, hij was namelijk ook echt een toffe gast. Grappig, gezellig, sociaal. Maar nee, een foto toevoegen aan de presentatie zou te veel een memorial worden naar mijn smaak. Dat begreep ze.

Maar weet je wat, hier kan het wel, een mooie foto plaatsen van mijn broertje. Alsjeblieft. Dat hij met zijn verhaal en ik met het mijne nog maar veel mensen troost mogen bieden.

Met dank aan Jurgen en Hilde voor het organiseren van de middag, waarmee ze mij een podium gaven en andere mensen geholpen hebben.

© 2019 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑