Tamara

schrijft

Maand: maart 2020

Coronatijd

Deze blog gaat niet direct over corona, maar over het effect van de bijbehorende lockdown-light. Dat zorgt in mijn geval voor veel extra Netflixtijd. Met als gevolg dat ik alles gezien heb nu. Of in ieder geval de series en films die me interesseren. Ik moet erbij zeggen dat ik al lekker op weg was voordat het coronafeestje losbarstte. Zelfs een gehypte serie als Peaky Blinders heb ik verslonden. Normaliter word ik argwanend van kreten als ‘moet je gezien hebben’. Ik denk dan: dat bepaal ik lekker zelf ja? Om het vervolgens niet te bekijken. Tuurlijk, die houding zegt alles over mijn fijngeslepen karaktertje, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

Afgelopen week ben ik aan een andere min of meer gehypte Netflixserie begonnen: 13 reasons why. Voor wie de serie gemist heeft, een korte introductie: tiener pleegt zelfmoord en legt vervolgens via een stapel cassettebandjes aan een aantal van haar medestudenten uit waarom ze tot die daad kwam. De geadresseerden vormen de 13 reasons why.

Op het moment van schrijven van deze blog moet ik nog ongeveer drie afleveringen fijnkauwen. Terwijl ik er na de eerste aflevering al he-le-maal klaar mee was. Ik heb geprobeerd mijn mening uit te stellen tot na de laatste aflevering van seizoen 1. Mislukt.  

De hoofdpersoon alsmede overledene, Hannah, is in mijn ogen een moralistische dame die het presteert om allerlei vrienden en medestudenten op te zadelen met een schuldgevoel dat ze de rest van hun leven moeten dragen, omdat deze tieners volgens haar de aanleiding vormen voor haar zelfdoding. Ze oordeelt, veroordeelt en moraliseert. Een enkele keer komt er nuance voorbij, of wordt er een zwak licht geschenen op haar eigen aandeel in de loop der dingen. Maar bottum line is toch: Clay, Jessica, Bryce, Justin, Courtney en Alex en vele anderen hebben het verkeerd gedaan. Hannah gaat vrijuit, is enkel slachtoffer van wat haar is aangedaan.

Laat ik dit vooropstellen: dat wat Hannah overkomt is niet grappig. Verre van. Maar deze serie laat veel te weinig zien welke interpersoonlijke redenen er kunnen zijn waarom iemand tot de daad komt het leven te verlaten. Ook zie ik weinig aanknopingspunten voor de manier waarop je het gesprek met iemand kunt voeren over eventuele suïcidaliteit. Het is zó onrealistisch dat ik afhaak.

Ik bedoel, wie spreekt eerst zeven cassettebandjes beschuldigingen in, om er vervolgens uit te stappen? Ja, ik weet het, het is fictie. Maar in mijn ogen is dit niet de fictie waarmee je de realiteit bespreekbaar maakt. Of ik moet me zwaar vergissen aangezien ik royaal de veertig lentes gepasseerd ben en me dus (?) niet meer goed kan verplaatsen in de jongens en meisjes die de twintig nog moeten aantikken.

Wat in ieder geval goed is: de serie doet iets met me. Is dat niet wat kunst moet doen? Ik erger me de tandjes aan de hoofdpersoon, die het allemaal zo goed weet, maar bij leven niemand rechtstreeks ergens op aanspreekt en pas na haar dood alle shit via cassettebandjes over iedereen uitstort. Zo stuurt ze haar vriendje scheldend de kamer uit, om hem vervolgens kwalijk te nemen dat hij ook daadwerkelijk is gegaan. Ik begrijp hoe zoiets kan werken, ooit was ik ook zeventien, maar of dit soort idioterie helpt om suïcide bespreekbaar te maken?

Nee, deze manier is niet mijn kopje thee. Maar vermoedelijk behoor ik niet tot de doelgroep. Want als ik de reviews moet geloven hebben veel jonge mensen er wel degelijk iets aan gehad. En dan moet ik mijn bezwaren parkeren. Omdat ze meer over mij zeggen dan over de bijdrage van de serie aan het verkleinen van het taboe op zelfdoding.

Business as (un)usual

De tafelpootjes van de kleine salontafel staan in de zwarte krijtverf, alsmede twee bloempotten, een plankje voor aan de muur, een wijnkistje en een schemerlamp. Dat doe je als je aan huis gekluisterd bent maar nog net op tijd bij de Gamma een potje zwarte krijtverf hebt weten te bemachtigen. En holymoly wat moet ik nodig naar de kapper. Jammer, voorlopig is het coupe-succes-ermee.

‘Ik haat corona’, zei mijn dochter de afgelopen dagen een paar keer. Nogal. Alhoewel het ons eigenlijk goed gaat. Geen klachten en genoeg te doen in huis. Voordat we kluizenaars werden, was ik al begonnen met opruimen. Effect van mijn recente scheiding. Als ik namelijk stress of onrust voel, ga ik ordenen en weggooien. Boeken op alfabet, keukenkastjes soppen en bakjes bij bakjes, hagelslag bij pindakaas. Vuilniszakken vol zooi uit de kelder verdwenen in de ondergrondse vuilstort, en zo groot is die kelder niet. Nu ik toch mijn imago aan gort help, kan ik ook wel opbiechten dat ik in het pré-corona-tijdperk (weet iemand nog hoe dat was?) schoenen heb gepoetst en beddengoed ben gaan strijken. Laat dat even op je inwerken.  

Alle gekheid, ik heb me weleens beter gevoeld. Gelukkig niet als gevolg van het virus, maar wel als gevolg van de (vrijheids)beperkingen dankzij dat fuckingvirus, de naweeën van de scheiding, en als icing on the cake een uitvaart, erg verdrietig. Waar is de ‘kan alles weer normaal worden’ knop?

Tot zover de unusual stuff.

Door naar de usual stuff, soort van tenminste: komende zaterdag staat er een artikel in de Gelderlander, waarvoor ik geïnterviewd ben. Er zou ook een podcast komen, maar dat kon uiteraard niet doorgaan. En ik heb deze week 5 e-books en 1 paperback verkocht. Mensen hebben tijd om te lezen.

Veel meer usual stuff gebeurt er niet want zelfs boodschappen doen is niet meer wat het was. Slalommen vanwege die 1,5 meter, mandjes met natte handvatten van de desinfecteer, kassajuffrouwen en -heren achter een spatscherm en wc-rollen van een ander merk. Het bier en de chips zijn helaas nog ruim voorradig bij de Coop in mijn wijk. Hello love handles 2.0.

Potverdomme, ik mis mijn ouders, vriendinnen, de kroeg, tegen iemand opbotsen en je niet de tyfus schrikken, een knuffel uit kunnen delen aan mensen die het moeilijk hebben, live werken én ouwehoeren met mijn collega’s, sporten (flikker op met je circuitjes door de woonkamer), op het terras crashen met mezelf en een cappuccino, en zelfs de overvolle binnenspeeltuin van Burgers’ zou ik nu met liefde tegemoet treden. Dat ik me ooit nog eens zou verheugen op drukte.

Mijn vader adviseerde me mijn zegeningen te tellen. Doe ik altijd, ook nu, zij het met iets meer moeite. Met stip bovenaan de gezegende lijst: mijn dochter is gezond en haar mag ik wel knuffelen, praise the Lord or whomever for that. Dan volgt al snel: mijn ouders zijn gezond, en ook een hele rij aan geliefden en gewaardeerde collega’s. Dat vult al minstens twee A4-tjes, een zegening op zichzelf.

Tot nu toe heb ik elke dag wel een keer gelachen. Om mijn kind, om idiote appjes van vrienden en vriendinnen, inclusief geestige en zwarte coronagrappen, en tijdens het videobellen met collega’s (‘Hoor je mij?’ ‘Nee, maar we zien je wel.’ ‘Oh wacht er vliegt iets in de fik hier.’ ‘Je microfoon doet het niet.’ ‘Hee <kindernaam>.’’Kan je man even kappen met koffiebonen malen?’ ‘Wat zeg je? Nee zeg maar, nee jij eerst.. wat?’).

Drink bier, eet chips, knuffel de mensen die je mag knuffelen, blijf op afstand van de rest (zeker als je snot hebt) en luister muziek. Hou vol lieve allemaal,  this too shall pass.

Opperdepop. Allebei. Binnen 3 dagen.

© 2020 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑