Tamara

schrijft

Tag: Zelfdoding

Coronatijd

Deze blog gaat niet direct over corona, maar over het effect van de bijbehorende lockdown-light. Dat zorgt in mijn geval voor veel extra Netflixtijd. Met als gevolg dat ik alles gezien heb nu. Of in ieder geval de series en films die me interesseren. Ik moet erbij zeggen dat ik al lekker op weg was voordat het coronafeestje losbarstte. Zelfs een gehypte serie als Peaky Blinders heb ik verslonden. Normaliter word ik argwanend van kreten als ‘moet je gezien hebben’. Ik denk dan: dat bepaal ik lekker zelf ja? Om het vervolgens niet te bekijken. Tuurlijk, die houding zegt alles over mijn fijngeslepen karaktertje, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

Afgelopen week ben ik aan een andere min of meer gehypte Netflixserie begonnen: 13 reasons why. Voor wie de serie gemist heeft, een korte introductie: tiener pleegt zelfmoord en legt vervolgens via een stapel cassettebandjes aan een aantal van haar medestudenten uit waarom ze tot die daad kwam. De geadresseerden vormen de 13 reasons why.

Op het moment van schrijven van deze blog moet ik nog ongeveer drie afleveringen fijnkauwen. Terwijl ik er na de eerste aflevering al he-le-maal klaar mee was. Ik heb geprobeerd mijn mening uit te stellen tot na de laatste aflevering van seizoen 1. Mislukt.  

De hoofdpersoon alsmede overledene, Hannah, is in mijn ogen een moralistische dame die het presteert om allerlei vrienden en medestudenten op te zadelen met een schuldgevoel dat ze de rest van hun leven moeten dragen, omdat deze tieners volgens haar de aanleiding vormen voor haar zelfdoding. Ze oordeelt, veroordeelt en moraliseert. Een enkele keer komt er nuance voorbij, of wordt er een zwak licht geschenen op haar eigen aandeel in de loop der dingen. Maar bottum line is toch: Clay, Jessica, Bryce, Justin, Courtney en Alex en vele anderen hebben het verkeerd gedaan. Hannah gaat vrijuit, is enkel slachtoffer van wat haar is aangedaan.

Laat ik dit vooropstellen: dat wat Hannah overkomt is niet grappig. Verre van. Maar deze serie laat veel te weinig zien welke interpersoonlijke redenen er kunnen zijn waarom iemand tot de daad komt het leven te verlaten. Ook zie ik weinig aanknopingspunten voor de manier waarop je het gesprek met iemand kunt voeren over eventuele suïcidaliteit. Het is zó onrealistisch dat ik afhaak.

Ik bedoel, wie spreekt eerst zeven cassettebandjes beschuldigingen in, om er vervolgens uit te stappen? Ja, ik weet het, het is fictie. Maar in mijn ogen is dit niet de fictie waarmee je de realiteit bespreekbaar maakt. Of ik moet me zwaar vergissen aangezien ik royaal de veertig lentes gepasseerd ben en me dus (?) niet meer goed kan verplaatsen in de jongens en meisjes die de twintig nog moeten aantikken.

Wat in ieder geval goed is: de serie doet iets met me. Is dat niet wat kunst moet doen? Ik erger me de tandjes aan de hoofdpersoon, die het allemaal zo goed weet, maar bij leven niemand rechtstreeks ergens op aanspreekt en pas na haar dood alle shit via cassettebandjes over iedereen uitstort. Zo stuurt ze haar vriendje scheldend de kamer uit, om hem vervolgens kwalijk te nemen dat hij ook daadwerkelijk is gegaan. Ik begrijp hoe zoiets kan werken, ooit was ik ook zeventien, maar of dit soort idioterie helpt om suïcide bespreekbaar te maken?

Nee, deze manier is niet mijn kopje thee. Maar vermoedelijk behoor ik niet tot de doelgroep. Want als ik de reviews moet geloven hebben veel jonge mensen er wel degelijk iets aan gehad. En dan moet ik mijn bezwaren parkeren. Omdat ze meer over mij zeggen dan over de bijdrage van de serie aan het verkleinen van het taboe op zelfdoding.

Tijd, tijd, tijd

Tot mijn verbazing heb ik een beetje genoeg van het schrijven over Koens dood en mijn verdriet. Krijg nou wat.

Nog niet zo lang geleden postte ik ’s avonds een blog, geschreven tijdens een k..avond waarop ik ouderwets kopje onderging in het gemis van mijn broer. De volgende dag haalde ik de blog vrij snel weer van mijn site. Ik stoorde me namelijk aan mijn eigen woorden, vond ze te dramatisch, op het slachtofferige af.

Betekent dit dat ik de hele toestand een plekje heb gegeven? Welnee. Zo werkt dat niet bij mij. Maar ik bespeur een soort metaalmoeheid. Ik heb er nu wel alles over gezegd, zoiets.  

Best gek om dit toe te geven. Alsof ik mijn broertje verloochen. Alsof ik hem niet langer wil missen. Dat laatste lijkt me overigens best comfortabel maar de barst in mijn hart is de andere kant van mijn liefde voor Koen en die koester ik. Maar mocht ik de ik-mis-Koen-aan/uit-schakelaar ooit vinden, dan ga ik ‘m intensief gebruiken. Wat een vondst: klik pijn aan, klak pijn uit. Eventueel met dimmer. Net waar ik zin in heb.

Er komt ook een vaag schuldgevoel opzetten. Want ik weet dat er mensen zijn – geen idee hoeveel precies maar al was het maar 1 – die iets hebben aan mijn blogs over rouw en zelfdoding. En dat is nou juist één van de belangrijkste redenen dat ik mijn boek geschreven heb: andere mensen die hetzelfde meemaken, een steuntje in de rug bieden.

Mede dankzij mijn boek heb ik een paar lezingen mogen geven en werd ik door 113Zelfmoordpreventie onlangs gevraagd om bij te dragen aan een middag over suïcidepreventie, bedoeld voor een breed georiënteerde beroepsgroep. En de Ivonne van de Ven Stichting vroeg me dit voorjaar zitting te nemen in het comité van aanbeveling voor de petitie die momenteel loopt, die als doel heeft suïcidepreventie een vast onderdeel te maken van de opleidingen voor artsen en andere hulpverleners (wil je tekenen? Deze zin is de link naar de site, klik en zet je handtekening). Het voelt goed om dat soort dingen te doen. Koen komt er niet mee terug, maar het idee dat ik bijdraag aan het voorkomen van vergelijkbaar leed voor anderen, geeft zijn dood een piepklein beetje zin. Tegen wil en dank.

Is dat wat ik wil met mijn ervaringsdeskundigheid als nabestaande van zelfdoding? Bijdragen aan suïcidepreventie, lezingen geven? Ja, zeker. Maar doe ik dat alleen als ik gevraagd word of ga ik mezelf ook promoten met die ‘diensten’? Ik weet het nog niet.

Mijn haptonoom zei ooit, toen ik destijds weer eens een poging deed om op hoog tempo door mijn rouwproces te jakkeren, want ja, alles om maar zo snel mogelijk van dat verschrikkelijke gevoel af te zijn: ‘Tijd, tijd, tijd, Tamara, geef het nou eens tijd.’ Dat advies is me altijd bij gebleven omdat het toepasbaar is op zoveel (taaie) dingen in het leven.

Dus laat ik er ook nu op vertrouwen dat de tijd gaat uitwijzen wat ik wel of niet wil doen met mijn dooie broertje en alle spin-off die zijn actie op mijn levensbord kwakte.

Kist met gedicht |ArtEZfinals | vandaag

Rock & rouw

Een dood broertje hebben is best ingewikkeld. Niet alleen in de periode van ontwrichtende en eindeloos aanvoelende rouw, maar ook nu, elf jaar na dato. Koens afwezigheid is er elke dag. Hij is dood misschien wel aanweziger dan hij bij leven was. Ook voordat ik mijn boek uitbracht.

Ik schreef en schrijf over Koens overlijden om andere mensen die ook zoiets meemaken, herkenning en daarmee troost te bieden. Om het taboe op zelfdoding te helpen verkleinen en zo het aantal suïcides te helpen verlagen. En omdat ik het verlies van Koen iets minder zinloos wil maken.

Wat ik niet wil, is enkel gezien worden als nabestaande van zelfdoding. Of als een soort one-issue-woman. Tamara? Die praat alleen nog over haar dooie broertje en suïcidepreventie. De mensen in mijn directe kring weten dat dat niet zo is, dat ik geïnteresseerd ben in veel verschillende onderwerpen waar ik – afhankelijk van setting, stemming en specifiek thema – serieus of met geouwehoer met anderen over van gedachten wissel.

Maar hoe kom ik over op ‘de rest’? Zij die mijn blogs lezen, mijn berichten op Instagram, Facebook en LinkedIn? Ik weet niet eens wie wat leest, afgezien van de reacties die ik af en toe krijg. Biecht: soms post ik iets luchtigs op mijn kanalen, om duidelijk te maken dat ik echt niet hele dagen deze zware thema’s loop te herkauwen. Waarom wil ik dit zo nodig uitdragen? Voer voor psychologen denk ik. Of voor een avondje bieren aan de bar met goede vriendinnen. Kijk, doe ik het weer.

Ik denk dat veel mensen die rouwen om hun dierbare zich afvragen hoe lang ze hier over ‘mogen’ praten, hoe lang ze er aandacht voor mogen vragen. Wanneer moet de rouw volgens anderen klaar zijn en wordt het verlies van je geliefde een onderwerp dat je vooral voor jezelf houdt? Ik prijs mezelf gelukkig dat ik omgeven word door geweldige mensen waarvan er nog nooit één heeft laten merken dat ik er maar eens over op moet houden, over dat dooie broertje. Als ze het al dachten, hebben ze het voor zich gehouden. Sterker nog, ze beginnen er zelf over, ook na 11 jaar, 1 maand en 10 dagen. Fantastisch, dat is niet iedereen gegeven. Tegelijkertijd probeer ik zelf het Koenonderwerp ook te doseren, hetgeen best lastig is met de mooie activiteiten waar ik me sinds het uitkomen van mijn boek mee bezig mag houden.

Een mens kan ingewikkeld in elkaar steken, een rouwend mens misschien nog ingewikkelder. Maar ik denk dat niemand alleen als nabestaande van zelfdoding, rouwende of anderszins eendimensionaal door het leven wil gaan. Ik in ieder geval niet.

Hopelijk ben ik met mijn luchtige postings niet enkel bezig met het pimpen van mijn speciaalbierdrinkende rockchickimago (ah nee, dat zal toch niet?), maar geven ze ook een steuntje in de rug aan iedereen die zich herkent in mijn verhaal. Het wordt beter, er komt weer ruimte voor alles, echt.

Heb ik wel eens verteld dat ik een groot U2-fan ben?
(Foto: Sam Jones, via www.billboard.com)

Nu weet ze het. Deel 2.

Gisterochtend, half 8. Terwijl ik mijn haar in de shampoo zet onder de douche, dribbelt mijn dochter de badkamer binnen, trekt haar onderbroek omlaag en gaat op de wc zitten.

‘Mama?’

‘Ja.’

‘Gistermiddag toen ik bij Anne was, vonden we twee van jouw boekenleggers op de stoep. Op eentje zat een slak. De andere was nog schoon, die heb ik aan de papa van Anne gegeven.’

‘Heel goed.’ Geen troep op straat laten vallen, die boodschap zit er goed in. Geldt ook voor de boekenleggers van mama die per ongeluk uit de mini-bieb zijn gewaaid. Oprapen die handel.

Ze zit nog steeds op de wc. ‘Is de titel van jouw boek: Als jullie dit lezen ben ik dood?’

‘Klopt.’

‘Waarom heb je die titel gedaan?’

Ik zeg dat ik eerst wil douchen en het haar daarna uitleg. Met een waterstraal op je hoofd en een beslagen deur ertussen praat niet zo handig, zeker niet over dit onderwerp.

Even later ben ik afgedroogd en staat dochterlief tanden te poetsen. Ik leg uit waarom mijn boek de titel heeft die zij zelf kan lezen.

‘De titel van het boek is de eerste zin van de afscheidsbrief van ome Koen.’

Kindlief spuugt tandpasta uit en is even stil. Ik zie de denkblik weer verschijnen.

‘Wist hij dan dat hij dood zou gaan?’

‘Ja, hij schreef eerst de brief en toen maakte hij zichzelf dood.’

‘Waar is dat gebeurd?’

‘In zijn huis.’

‘Was jij daar bij?’

‘Nee, de bovenbuurman heeft ome Koen gevonden. En hij heeft meteen de politie gebeld.’

‘Wat deden de polities toen?’

‘Ze kwamen kijken wat er gebeurd was. En ze hebben ook een dokter gebeld die ome Koen moest onderzoeken, of hij echt dood was.’

‘Ja, die kan wel echt zeggen of dat zo is’, reageert mijn dochter alsof ze prima snapt hoe de procedures na een suïcide verlopen.

‘Wist jij het toen ook al?’

‘Nee, want het was midden in de nacht. Ik hoorde het pas de volgende ochtend.’

‘Zijn er in de avond nog polities op kantoor??’ Vera kijkt me verbaasd aan.

‘Jazeker, de politie werkt overdag en ’s nachts.’

Kindlief loopt de badkamer uit, pakt Raffie (pluche speelgoedgiraf) onder de arm en hobbelt naar beneden. Einde gesprek. En nog steeds geen vraag over hoe ome Koen het dan precies gedaan heeft, zichzelf doodmaken. Pas geleden vertelde iemand*) me hoe zij het had verteld aan haar kind. Dat iemand kan stikken, of dood kan bloeden. Zonder termen te gebruiken als ‘verhanging’ of ‘voor de trein springen’. Het kind in kwestie had nog wel gevraagd of het ook met een pistool kon. Ja, dat kan ook.

Een andere tip die ik ooit kreeg van mijn bff M.: vraag eerst aan je kind hoe hij of zij zelf denkt dat iets zit. Dan kun je daarbij aansluiten. Ook toepasbaar voor vragen als: waar komen baby’s vandaan? En: hoe komt een baby uit de buik? Of: waarom hebben meisjes geen plassertje?

Ik vermoed dat ik over een paar weken ‘Nu weet ze het. Deel 3.’ kan schrijven.

Deel 1 vind je hier.

*) Als je je eigen tip herkent: sorry, maar ik weet gewoon niet meer wie het was! Hoe dan ook: erg bedankt.

© 2020 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑