Tamara

schrijft

Search results: "nrc" (pagina 1 van 2)

nrc.nada

Afgelopen week heb ik mij een tikje opgewonden. Dat begon op maandag, en daarna liep de bloeddruk elke dag een beetje op. Maandag was het namelijk World Suïcide Prevention Day, maar mooi dat mijn krant, de nrc.next, daar geen enkele aandacht aan besteedde. En zoals ik begreep gold dat voor alle landelijke dagbladen. Ook online kon ik precies nul Nederlandse nieuwssites betrappen op berichtgeving hierover. Jaarlijks wereldwijd 800.000 doden, waarvan rond de 1900 in Nederland. Dat is geen nieuws begrijp ik. Ik snap heus wel dat het onderwerp zelfdoding niet elke dag in de krant kan, maar dat het zelfs op World Suïcide Prevention Day geen aandacht krijgt, daar maak ik me pissig over. Met een klein artikel was ik al content geweest, al verdient het onderwerp mijns inziens minimaal een paginagroot verhaal. Helaas. Dus ik dacht, ik schrijf nrc.next:

Geachte heer/mevrouw,

Hoe is het mogelijk dat nrc.next, dezelfde krant die mij drie jaar geleden vroeg een artikel te schrijven over de zelfdoding van mijn broer, nu geen enkele aandacht heeft geschonken aan World Suicide Prevention Day? Ik weet dat er keuzes gemaakt moeten worden uit het vele nieuws dat de wereld dagelijks aanlevert, maar ik begrijp niet waarom een dag als deze jullie krant niet haalt. Jaarlijks overlijden er wereldwijd 800.000 mensen door suïcide. En dat verdient geen artikel op Wereld Suïcide Preventie Dag? Wat een gemiste kans om bij te dragen aan het bespreekbaar maken en daarmee voorkomen van zelfdoding. En tot mijn ontsteltenis moet ik concluderen dat ik dit bericht ook zou kunnen sturen naar alle andere landelijke dagbladen.

Met vriendelijke groet,
Tamara Baars

In geval van plaatsing van mijn reactie, zou dat binnen drie dagen gebeuren, zo meldde een automatische ontvangstbevestiging. Maar de Opiniehoek bleef verstoken van mijn bericht. En ik snap dat er ook hier gekozen moet worden. Van de 222 brieven die ze deze week kregen, haalden er maar 24 het ochtendpapier. Gemiste kans dat die van mij er niet bij zat. Het is een belangrijk, groot onderwerp. Veel doden, nog veel meer nabestaanden, enorme impact. Natuurlijk, ik realiseer me dat mijn persoonlijke betrokkenheid bij het thema mijn verontwaardigde gemoed heeft versterkt. En toch.

Geen aandacht in de krant voor die ene speciale dag per jaar en mijn reactie op die misser is niet geplaatst. En nu? Zal ik de dame die de afdeling Opinie bij nrc.next aanvoert nog eens een mail sturen? Ik wil het begrijpen namelijk, waarom ze er niets over geschreven hebben. De afwijking om alles en iedereen te willen begrijpen speelt mij wel vaker parten, ook als mensen of dingen volstrekt onbegrijpelijk zijn. Dus toch maar loslaten? En focussen op de mensen en kanalen die begrijpen hoe belangrijk het is dat zelfdoding uit de taboesfeer gehaald wordt?

Op TV is er gelukkig wel aandacht aan besteed. Een prachtig en ontroerend gesprek tussen Jacobine en de in mijn ogen zeer wijze Jan Mokkenstorm, op zondag 9 september, over zijn streven om op nul zelfdodingen uit te komen. Een indringende documentaire van Frans Bromet en Nathan Vos, op maandag 10 september, over vrouwen wiens partner, de meesten volslagen onverwacht, uit het leven zijn gestapt.

Tegen beter weten in keek ik ook vandaag weer in de krant of de Opinieredactie zo verstandig was geweest mijn reactie alsnog te plaatsen. Nada. Wel een artikel over de jaarlijks 100.000 doden door slangenbeten. Begrijp me niet verkeerd, zo wil je ook niet aan je einde komen maar hallo, 800.000 doden door suïcide.

Loslaten en vooral stug volhouden om zelfdoding beter bespreekbaar te krijgen. Laat ik dat maar doen. Zowel voor de mensen met suïcidaal gedrag, als voor de mensen om hen heen, als voor iedereen die tot de groep ‘nabestaanden van’ behoort. Wie weet wordt het ideaal van Jan Mokkenstorm dan ooit realiteit. Helaas zal hij daar zelf geen getuige meer van zijn, omdat zijn tijd op aarde er bijna op zit, zo vertelde hij bij Jacobine. Kanker.

We moeten ergens aan dood gaan, maar nul zelfdodingen en nul doden door kanker vind ik toch een uitermate fijne gedachte. En ach, schijt aan de krant.

Artikel in de NRC Next

nrc.next

Zo voelt het als je broer een einde aan zijn leven maakt

Broer

Na de dood van Joost Zwagerman volgden de reacties van vrienden en deskundigen. Tamara Baars verloor haar broer die een einde aan zijn leven maakte. „Er laait een fel gif in me op als ik de woorden van die deskundigen lees.”

Tamara Baars

Vrijdagochtend 9 mei 2008. De agent pakt mijn schouders vast en zegt: „Er is iets heel ergs gebeurd. Koen is overleden.” Per direct is mijn leven en dat van mijn ouders voor altijd anders. Wij zijn voortaan nabestaanden als gevolg van zelfdoding. Ik heb geen broer meer. Een deel van mijn geschiedenis is dood. Als ik later die dag zijn koude lijf identificeer, een lang en gespierd lichaam dat helemaal gaaf is, wil ik hem bij de verwarming leggen. Vlug, warm hem op, misschien bedenkt hij zich. Zo snel als die gedachte door mijn hoofd schiet, zo hard komt bij me binnen dat ik hier naar de dode verpakking van mijn broer sta te kijken. Voorzichtig raak ik zijn arm aan. Dit is dus een lijk. Nee, het is mijn broer. Mijn man houdt me vast terwijl we naar Koens bleekblauwe gezicht staren.

Een dag na Koens dood zijn we bij mijn ouders. Mijn moeder omhelst me en kijkt me aan met een gezicht dat ik bijna onherkenbaar vind, zo scherp staat de wanhoop erin gebeiteld. „Jij doet zoiets toch niet, hè?” vraagt ze me, net als de dag ervoor. Ik kom opnieuw niet verder dan: „Nee, echt niet.” Het is de waarheid. Maar hoe kan ze daarop vertrouwen als ze zeker wist dat Koen zoiets ook niet zou doen? In ons gezin plegen we geen zelfmoord – het idee was nog nooit bij ons opgekomen.

Alsof mijn geest naakt is, niet langer beschermd door een schedel of rationele gedachten, kom ik de week tussen het doodsbericht en de crematie door. Ik weet telkens precies wat ik wil, hoef geen seconde na te denken bij elke beslissing die genomen moet worden. Ik wil mijn broer verzorgen en aankleden, de kleding haal ik zelf op uit zijn appartement. Een week lang zie ik hem elke dag, dood in zijn kist. Ik raak hem aan, praat met hem en neem vrienden mee. Op de crematie draag ik snotterend mijn afscheidswoorden voor aan meer dan driehonderd mensen.

De dag na de crematie ben ik ziek. Met een kramp in mijn buik die ik nooit eerder zo voelde, blijf ik in bed liggen. Slapen betekent tijdelijk geen pijn. Ik ben verbaasd dat ik al mijn ledematen nog heb, zo zeker weet ik dat er ergens iets geamputeerd moet zijn. Later die week dringt uit het niets tot me door hoe onomkeerbaar de dood is. Mijn broer is voor altijd weg. Geen flauwe grappen meer, nooit meer samen een biertje doen. Er volgt een huilbui die niet op lijkt te houden.

Het verdriet van mijn ouders is nauwelijks te verdragen. Ze houden zich in mijn aanwezigheid zo goed mogelijk, vragen niets van me. Ik hoef het gat dat hun dode zoon achterlaat niet te dichten. Pas na lange tijd zie ik hoe bewonderenswaardig hun houding is. Na drie weken ga ik weer aan het werk. Ik doe zoals ik me herinner dat ik altijd deed. Dat hou ik drie maanden vol en dan is het op. De wereld is onveranderd, maar ik ben niet meer dezelfde.

Sinds mijn broer zichzelf op 30-jarige leeftijd van het leven beroofde, hoort niet alleen het dagelijkse gemis bij me, maar ook het thema zelfdoding. Vanaf het eerste moment werden mijn ouders en ik geconfronteerd met speculaties over het waarom. We komen uit een klein dorp en de geruchtenmachine kwam direct op gang. Mijn broer zou aan de drugs zijn (af en toe een joint) en schulden hebben (hij studeerde weer en was niet rijk). Het interesseerde me niet. Ze kletsten maar, als ze blijkbaar niet genoeg hadden aan hun eigen saaie leven. De geruchten in het dorp verstomden binnen een maand. En wij bleven achter met de schrijnende gaten in ons hart.

Nooit heb ik me een seconde geschaamd voor de daad van mijn broer. Ook niet toen ik ontdekte dat er nog steeds een taboe rust op zelfdoding. Sommige mensen reageerden ongemakkelijk, om welke reden dan ook, maar ik weigerde geheimzinnig te doen over de doodsoorzaak.

De tijd gaat voort, ongeacht hoe ik me voel of wat ik doe. Ik schrijf de ellende van me af, jank tot mijn ogen eruitzien als ontplofte aardbeien en ik haak voorzichtig weer aan bij de realiteit.

Het leven na Koen heeft een vorm aangenomen waarmee ik vooruitkan. Ik vraag me niet langer af waarom hij me niet belde toen hij zo diep zat, of wat ik zelf anders had kunnen doen. Dat de afschuwelijke ervaring van zijn zelfdoding voortaan bij me hoort, is een gegeven. Ik accepteer het niet en heb het ook geen plekje gegeven. Ik heb ermee leren leven, en dat gaat me meestal heel aardig af.

In februari 2010 trouwen mijn man en ik. Dat Koen geen getuige is, doet pijn. Toch vieren we die dag oprecht het leven. Na verloop van tijd overwin ik zelfs mijn angst om een kindje te krijgen. Een kind kun je tenslotte kwijtraken. Maar ik leef nog en angst mag niet bepalen hoe ik mijn leven inricht. In 2012 wordt onze dochter geboren. We besluiten haar niet te vernoemen naar haar dode oom, uit zorg dat zijn naam onbedoeld een levenslange last op haar schouders legt.

Dinsdagavond 11 september 2015. Met een vriendin ga ik naar het concert van U2. We beleven een prachtige avond, die ons regelmatig herinnert aan de tijd dat we al kwartjeszoekend over de dansvloer van de dorpsdisco schoven. Op de terugweg in de auto horen we via de radio het nieuws van de zelfdoding van Joost Zwagerman. Het bericht komt als een anticlimax. Toch bestaat het akelige bericht al snel naast de euforie over het concert. We wisselen onze evaluatie van de prestaties van U2 af met onze verbijstering over de dood van Zwagerman.

De volgende dag wemelt het van de stukken in kranten en op fora – ik kan het niet helpen maar ik moet het lezen. Van medeleven tot het oordeel dat zelfdoding laf en egoïstisch is. Van elke veroordeling word ik pissig. Wat weten mensen van diepe wanhoop en ellende?

De dag na het concert en de dood van Zwagerman lees ik ook een artikel van Bram Bakker, dat bizar genoeg één dag voor Zwagermans dood in de krant verscheen. Bakker spreekt over zijn vriend Rogi Wieg. Wieg krijgt euthanasie toegewezen wegens ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. Bakker vond het niet uitzichtloos. Bovendien had hij liever gezien dat Wieg zelfmoord pleegde. Dat was voor Bakker beter te verteren geweest, omdat het dan een weloverwogen keuze zou zijn geweest. Er laait een fel gif in me op als ik die woorden lees. Hoe kan een psychiater dit in het openbaar verkondigen? Mijn broer heeft zichzelf van zijn leven beroofd en dat is voor mij niet beter te verteren dan euthanasie. Als beide vormen van levensbeëindiging al te vergelijken zijn. Bakker is arts, maar zijn woorden wekken de indruk dat hij niet weet wat hij zegt. Hopelijk weet hij nu meer van het leven van een nabestaande.

Tamara Baars (42), P&O-adviseur bij een hogeschool voor de kunsten.


Dit artikel is verschenen in de nrc.next van woensdag 23 september op pagina 14 & 15

Boek & meer

Vanaf maandag 19 maart 2018 verkrijgbaar:

Mijn boek ‘Als jullie dit lezen ben ik dood’, over het leven en de zelfdoding van mijn broer Koen en hoe ik als zus rouwde en het leven na Koen vormgaf.

Het boek is te bestellen via: boekenbestellen.nl.

Daarnaast is het onder andere beschikbaar via bol.com, managementboek.nl, kantoorboek.nl en zelfs het Belgische standaardboekhandel.be.

Aanvullende informatie over mijn boek:

  • In november 2018 gerecenseerd in Brancheblad voor de uitvaartzorg (3 van de 5 sterren):

  • In oktober 2018 al bijna 340 exemplaren verkocht!
  • Tevens verkrijgbaar via de website van In de Wolken. In de Wolken richt zich op verliessituaties die ontstaan door het overlijden van een belangrijke ander of door echtscheiding.
  • In juli 2018 gerecenseerd door NBD Biblion.
  • Verkrijgbaar in 44 Nederlandse bibliotheken, vanaf september 2018: van Groningen tot Maastricht, van Den Haag tot Arnhem, van Alkmaar tot Oss, van Amsterdam tot Eersel.
  • Te koop bij de Arnhemse boekhandels Hijman Ongerijmd en Het Colofon.
  • Gerecenseerd door rouwdeskundige Daan Westerink voor het Vakblad Uitvaart, in mei 2018. De tekst van de recensie (bij gebrek aan een digitale versie):

 

Andere publicaties van mijn hand:

NRC Next | 23 september 2015:

Artikel NRC 23 09 2015

JAN Magazine | december 2015:

artikel-jan-magazine-dec-15-t-baars

Verhalenbundel ‘Gebundelde Liefde’ | verhaal: ‘Nog één keer’ | schrijfwedstrijd Heel Nederland Schrijft | januari 2017

Heel Nederland Leest: ‘Gebundelde-liefde’

Winnaar publieksprijs & genomineerd voor  vakjuryprijs (juryleden: o.a. Auke Kok en Thomas Verbogt) debutantenschrijfwedstrijd Editio (meer dan 400 inzendingen, 2312 stemmen behaald) | maart 2017:

https://www.editio.nl/magazine/podium/kort-verhaal-publieksprijswinnaar.html

Dit verhaal is tevens opgenomen in het jaarverslag 2017 van de ANV (Algemeen-Nederlands Verbond). Het ANV brengt Nederlanders en Vlamingen samen om elkaar beter te leren kennen, de belangstelling voor elkaar te vergroten en de samenwerking te verbeteren. Met een veelzijdig aanbod van activiteiten voor een breed publiek wil het ANV zijn bijdrage leveren aan het behoud en de ontplooiing van de Nederlandse taal en cultuur, en de bevordering van de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Editio, drie blogs | juni & juli 2017:

Rouwen & Schrijven

Editio, blog dierendag | 4 oktober 2017:

Dier & liefde

Verhalenbundel ‘Wat kan ik van u leren?’ | initiatief stichting Goed Doen voor een Ander | publicatie 13 december 2017:

Goed Doen voor een Ander: ‘Wat kan ik van u leren?’

Een lied:

Mijn hierboven genoemde publieksprijswinnende inzending voor de debutantenschrijfwedstrijd van Editio, inspireerde singer/songwriter Tammo Tamminga – die normaliter het Gronings als voertaal hanteert – tot het schrijven van dit prachtige Engelstalige lied:

Dode man o dode man

Pas geleden attendeerde een lotgenoot me op de verschijning van het boek van Nathan Vos, getiteld: Man o man. Hij vertelt in dit boek over de zelfdoding van zijn broer David in 2015, en zet zijn eigen ervaring in een bredere context. Namelijk die van ‘de man’, om zo een poging te doen te achterhalen waarom mannen twee keer zo vaak zelfmoord plegen als vrouwen. In 2016 waren dit 1279 mannen en 615 vrouwen (bron: www.cbs.nl).

De boekbeschrijving schetst onder andere: ‘Mannen klooien. Ze spelen eerder een rol, meerdere vaak, dan dat ze een echt leven hebben. Waarom? Wij mannen leerden nooit volwassen te worden, zoals vrouwen dat wel leerden, betoogt Nathan. Daardoor weten we niet waar we voor staan, hoe we het beste met onszelf en anderen moeten omgaan en wat we nou eigenlijk echt willen.’

Het duurde even voor ik door had dat Nathan de broer is van Mei Li Vos (politica), die in 2016 in het televisieprogramma ‘De Kist’ sprak over de dood van haar broer David. Haar kwetsbaarheid raakt me, net als de totale herkenbaarheid bij de emoties die ze beschrijft.

In de NRC Next van dit weekend stond een interview met Nathan:

‘Een zelfhulpboek is het zeker niet, al kun je er wel aan aflezen dat hij „kilo’s boeken” over psychologie en spiritualiteit heeft doorgeworsteld. Wat is het wel? Zelfonderzoek, rouwverwerking, research. Maar bovenal is het een serieuze poging om ‘de’ man te doorgronden. Zijn missie was en is: begrip krijgen én kweken voor de niks-aan-de-hand-man.’

Ik ben benieuwd welke reacties het boek los gaat maken. De eerste reactie hoorde ik al van mijn lotgenoot: zij stoort zich aan de generaliserende toon, aan de ogenschijnlijke zekerheid waarmee bepaalde uitspraken gedaan worden. En de tweede reactie stond na het weekend als ingezonden brief in de NRC Next. De schrijfster van de brief besluit haar betoog met: ‘Kijk naar het individu, niet naar zijn of haar (gender)identiteit. Er bestaat niet zoiets als ‘de’ man of ‘de’ vrouw. Trouwens ook niet zoiets als ‘de’ zelfmoordenaar.’

Ik voel mee met die reacties. Maar ik weet nog niet wat ik er verder van vind. Laat ik het boek eerst maar eens lezen. In de basis juich ik de verschijning ervan toe omdat het bijdraagt aan het bespreekbaar(der) maken van zelfdoding, depressie en rouw; een belangrijk deel van mijn motivatie om te schrijven over m’n eigen ervaringen.

Of ik het verhaal van Nathan Vos herkenbaar vind moet blijken. Was mijn broer ook een ‘niks-aan-de-hand-man’? Deels wel. Hij heeft niemand laten merken dat hij zelfdoding overwoog. Zijn masker was groot en stevig vastgezet. Had ik hem kunnen redden door nog meer te praten, beter door te vragen, geen genoegen te nemen met zijn antwoord ‘nee natuurlijk niet’ toen ik hem quasinonchalant vroeg of hij suïcidaal was? Ik zal het nooit weten. Maar het bijbehorende schuldgevoel heb ik al lang geleden losgelaten. Als ik het interview lees met Nathan Vos is hij daar zelf nog niet aan toe, en dat spijt me voor hem want het is een erg zinloos en dus akelig gevoel.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het boek vooral een vorm van rouwverwerking is, zeker als je bedenkt dat hij het zo kort na de dood van zijn broer geschreven heeft. Maar hoe jij of ik er ook tegenaan kijken, wat mij betreft staat voorop dat het goed én moedig is dat Nathan Vos zich zo kwetsbaar durft op te stellen en laat zien wat er met je kan gebeuren als je broer sterft door zelfdoding.

I am better then, I am

Als je verkering uit is, gaat elk liedje op de radio over jouw hartenpijn. Iedereen die een gebroken hart heeft (gehad), weet dat. Zelf bewaar ik goede herinneringen aan ‘R.U. Kiddin’ me’ van Anouk. Vol overgave gilde ik mee met de radio of in de kroeg:  ‘What has she got that I don’t have?’, uiteraard afgerond met de hoopvolle slotzin: ’I am better then.’

Aan dit fenomeen moest ik denken toen ik afgelopen week mijn laatste vakantiedag in de sauna doorbracht. Sinds ik intensiever met mijn boek over mijn dode broer bezig ben, stuit ik om de haverklap op verhalen en interviews die gaan over zelfdoding, depressie, dode broers of zussen. Ik zoek het er niet op uit. Denk ik.

Ik bestelde een geitenkaassalade en las er een blad naast, want ik was alleen. Eerst de Fd Persoonlijk, gevolgd door Vrouw, bij gebrek aan de Linda of Flow. In de Fd Persoonlijk stond een verhaal van Bert Natter, journalist/schrijver/uitgever, waarin hij vertelde over zijn overeenkomsten met Koning Willem-Alexander. Zo hadden ze bij elkaar op school gezeten. En ze hebben allebei een dode broer. Bert Natter schreef er invoelend over.

De geitenkaassalade smaakte prima, de Fd Persoonlijk was uit en ik begon aan Vrouw. Daarin een interview met actrice Rifka Lodeizen, onder andere over haar rol als moeder van een overleden zoon in de film Tonio, naar het boek van  A.F.Th. van der Heijden. Hij schrijft hierin over het verlies van zijn enige kind, Tonio. Ik durf het tot op de dag van vandaag niet te lezen. Te confronterend. Enerzijds vanwege de pijn die ik zie bij mijn eigen ouders (lastiger te verdragen dan mijn eigen gemis), anderzijds omdat ik zelf moeder ben en de gedachte dat onze dochter… Ik kan het niet eens opschrijven.

Tijdens de twee vakantieweken op La Palma eind juli, begon ik aan het boek ‘Het smelt’ van de Vlaamse schrijfster Lize Spit. Niet gehinderd door inhoudelijke voorkennis maar getriggerd door de lovende kritieken, leek het mij een goed idee dit debuut te lezen. En inderdaad, vanaf de eerste bladzijde: rake zinnen, authentieke metaforen en prettig schurende formuleringen. Al snel kwamen er een depressie, een dood zusje en een strop voorbij. Het thema zelfdoding werd later nog verder uitgediept. Een pijnlijk goede roman die ik – hoe gek dat ook moge klinken gezien de thematiek – met bijzonder veel genoegen heb gelezen.

Zoals de liefdesliedjes hielpen mijn gebroken hart te lijmen en vooruit te gaan, zo helpen de persoonlijke verhalen en krachtige romans over verlies om door te gaan met schrijven. Het kan geen toeval zijn dat ze mijn pad kruisen. Dat boek gaat er komen.

P.S. Ik mag het graag nog eens in herinnering brengen: ten tijde van mijn deelname aan de debutantenschrijfwedstrijd van online schrijfacademie Editio, schreef mijn collega B., a.k.a. Tammo Tamminga, een ontroerend lied geïnspireerd op mijn verhaal. Luister hier.

« Oudere berichten

© 2018 Tamara

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑